inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 3144):

Antwerpen

Ik was dertien
toen ik dit droomde,
in het begin van de herfst,
bij mijn grootmoeder in Aleksandrovo.

-----Ik bevond me in een onbekende straat.
-----De huizen stonden zij aan zij,
-----als om zich aan elkaar te warmen.
-----De daken staken in de hoogte
-----als hoeden van middeleeuwse dames.
-----De mat-gekleurde vensterruiten,
-----gevat in loden raampjes, trilden.
-----In de lage grijze nevels smolt
-----de suikeren toren van een kathedraal.
-----Het gelui der klokken vulde, mét de regen,
-----de smalle straten en de pleintjes.
-----Mannen met gezichten als van Albrecht Dürer
-----liepen voorbij; hun baarden hielden
-----de druppels vast als struikgewas.
-----Boven bloemen en groenten en vogels
-----schreeuwden handelaars met rode wangen
-----rauwe tweeklanken en schurende g's.
-----Toen kwam ik bij een kerkhof.
-----Tussen de stenen engelen las ik
-----op één van de verweerde zerken
-----mijn eigen naam.

Zo ver van ons huis in Aleksandrovo.

-----Toen was ik voor het eerst in Antwerpen.
---------------------------------------------
Uit: 'Verzwegen alibi',1984.

Schrijver: Maja Panajotova
Inzender: gh, 21 feb. 2010


Geplaatst in de categorie: kinderen

2,4 met 8 stemmen 7.958



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)