inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 3819):

De vader

Dit kleine prinsje, kraaiend, blij en rap,
is 't enig wezen in het aardse tranendal
voor wie hij in een afgrond springen zal.
Nu ja, maar stellig van een hoge trap.

Van vadertrots zwelt hem de weke krop,
want dit is nu toch 's levens suikerstang.
Hij sabbelt, maar het duurt niet lang.
Het zoet slinkt weg, de knaap groeit op.

En geen notaris wordt er uit die stek.
Daaraan werd vaders geld bepaald vermorst.
Toch is de jongen wel een flinke borst.
Als krachtig fietsenmaker lang niet gek.

Maar vrolijk kraaien valt hem niet meer in
wanneer hij, eens per jaar, pa's krot betreedt.
De oude kijkt hem aan. Als jongeling gekleed,
staat hij daar zelve, doch met Anna's kin.

-----------------------------
uit: 'De Gedichten', 1974

Schrijver: Simon Carmiggelt
Inzender: wdh, 21 May. 2012


Geplaatst in de categorie: kinderen

3.9 met 10 stemmen 11.907

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)