Waar geluk niet snijdt
In het zachte midden van twee harten
waar stilte nog geen schuld kent,
loopt een mens zijn eigen pad—
licht in de hand, schaduw in de rug.
Hij weegt zijn vreugde
als een vogel in de palm:
te stevig en ze breekt,
te los en ze vliegt een ander leven binnen.
Onder zijn voeten
ademt de aarde van de ander,
een dunne huid van hoop
die rimpelt bij elke stap.
Dus leert hij lopen
alsof de wereld van glas is,
alsof elke glimlach die hij vindt
een echo draagt van een tweede glimlach
die niet mag breken.
En zo groeit geluk
niet als een vlag op een veroverde heuvel,
maar als licht dat zich verspreidt
zonder ooit een schaduw te verjagen
die niet de zijne is.
In dat evenwicht—
dat trillende, tedere evenwicht—
wordt de mens mens.
15 april 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!