Onbezorgdheid
Ik droeg de dagen
in mijn hand
alsof de tijd nog
slapen kon
de wereld lag als
los zand
te glanzen in de
bleke zon
ik dacht nog niet
aan wat verdwijnt
aan namen die
verstillen gaan
niet aan het uur
waarin de schijn
zich losmaakt
van het voortbestaan
toen kwam de ratio
heel stil
geen vijand, eerder
een gezicht
dat zei;
"De mens verdwaalt
wellicht wanneer hij
enkel dromen wil."
zij legde koude
op mijn huid
een orde in het
wilde gras alsof
begrijpen zonder ruit
een echo was
maar onbezorgdheid
bleef bestaan
een kind dat door
de regen liep
dat zelfs in breekbaar
opengaan
nog iets van
eeuwigheid behield
want wat is denken
zonder zee
zonder vallen van
de nacht
zonder een hart dat
af en toe
niet begrijpen mag
wat is voelen
zonder grens wanneer
geen richting
meer beklijft
de vrijheid van een
mens wordt een deur
die openblijft
dus leef ik,
tussen licht en lijn
tussen het weten
en de wond, waar
ratio het schip kan zijn
maar niet de reden
van de grond
en soms, wanneer de
avond breekt
en stilte langs de
muren strijkt
lijkt het alsof de
ziel pas spreekt
wanneer het denken
zwijgen lijkt.
11 mei 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!