De kamer is leeg
De trap kraakte onder iedere pas,
ik wist aan de voetstappen dat hij het was.
Mijn lichaam verstijfde, ik kreeg het benauwd,
nog voor ik hem zag, werd mijn hele lijf koud.
Ik lag stil en hoopte dat hij voorbij zou lopen,
maar langzaam ging mijn slaapkamerdeur open.
Ik deed alsof ik sliep, mijn ogen stijf dicht,
alsof slaap mij beschermen kon tegen zijn gewicht.
Ik rook zijn aftershave, scherp en bekend,
de geur die zich diep in mijn lichaam had geprent.
Hij kwam dichterbij en ging zitten op de rand van mijn bed,
ik lag daar verstijfd, gevangen en klemgezet.
Een hand verdween onder het dekbed,
de andere hield mijn mond bezet.
De schaduw boog zich over mij heen,
geen uitweg, geen stem, helemaal alleen.
Mijn buik trok samen, ik kreeg geen lucht,
heel mijn lichaam schreeuwde maar één woord: vlucht.
Terwijl hij bewoog en de paniek mij brak,
schoot ik met een schok wakker uit de nacht.
Nu lig ik hier, volwassen en wakker,
mijn hart bonst door, mijn adem steeds vlakker.
Hij is hier niet, dat weet ik heel goed,
maar mijn lichaam reageert alsof hij het nog doet.
De geur is weg, de schaduw verdween,
maar het tastbare gevoel trekt door mij heen.
De kamer is leeg, de nacht is voorbij,
maar mijn lichaam gelooft nog: hij is hier bij mij.
Geplaatst in de categorie: psychologie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!