De windbuil
Hij was oost-indisch doof,
Had naar eer en geweten altijd gelijk,
Gaf daarvan iedereen blijk,
Door over alles en over iedereen
Zijn finaal oordeel te vellen.
Tot op zekere voor hem nare dag,
Een meisje van zes
Hem interrumpeerde en weersprak.
Daarvan stond hij te kijken
Hij liet daarmee iedereen blijken,
Dat zijn doofheid
Slechts een schild was waar achter
Hij zich verschool.
Sedertdien houdt hij zijn grote mond,
Wijl hij eindelijk verstond,
Dat zijn waarheid puur Trumpiaanse
Onzinnige onwaarheid betrof,
Die alleen door adepten werd aanvaard,
Dát staat nu dan op de kaart
Als een windbuil, geen aandacht waard.
Geplaatst in de categorie: moraal

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!