inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 3366):

Maan

De maan als een uit mij gevallen oog,
een iris die te groot was voor mijn kassen.
Het heeft nooit in mijn voorhoofd willen passen.
Ik kon er niets door zien, het leek te hoog.

Nu kijk ik achter sterren en moerassen.
Alles wordt klein en zeeën stromen droog
tot op een traan, om engelen te verrassen,
verdwalend in 't gezichtsveld van mijn oog.

Ik staar door tijd en ruimte als door glas.
Ik zie mijzelf als kind, ik zie mijn vader
toen ik nog in zijn ingewanden was.

Toekomst en ver verleden schuiven nader.
Ik speel bij mijn beide dochters op schoot.
Mijn moeder heft haar beide handen uit de dood.

-------------------------------------
uit: 'Kijken naar de wolken', 1956.

Schrijver: Adriaan Morriën
Inzender: vm, 22 sep. 2010


Geplaatst in de categorie: heelal

1,3 met 31 stemmen 8.934



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Sas
Datum:10 mei. 2016
Emailadres:sasgmail.com
Bericht:Zelden zoiets moois gelezen. Het roert mijn hart


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)