inloggen

Gedichten over maatschappij

gedicht (nr. 154):

Werkster

Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met haar stoffer op het blik.

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

Schrijver: Gerrit Achterberg
Inzender: JdO, 3 februari 2026


Geplaatst in de categorie: maatschappij

4.2 met 49 stemmen aantal keer bekeken 22.550

Er zijn 3 reacties op deze inzending:

Dik B., een week geleden
De spanning van fraai mooischrijverij gecombineerd met rijm geeft extra spanning aan dit gedicht.
Ik herinner aan de woorden van Ivo de Wijs die betreurde dat hij de enige dichter was tijdens de nacht der poëzie die werk op rijm declameerde.
dingetje, 10 jaar geleden
echt ontroerend dit ja
dagmar, 24 jaar geleden
leuk gedicht zeg
gaaf

reageer Geef je reactie op deze inzending: