adem van de knopen
Op mijn tenen liep ik
nacht na nacht,
kamers ademden zwaar,
stilte drukte als steen.
Knopen in mijn borst
die in de schaduw lagen,
tijd gleed traag
over mijn rug.
Toen brak iets.
Ik liet los.
Lucht stroomde in
en voeten vonden hun weg.
Letters vielen als regen,
ideeën bloeiden in mijn handen,
dagen ontvouwden zich
als zonlicht door oude ramen.
De vreugde raakte zacht
elke stap,
en ik liep,
ik leefde,
ik was thuis
16 maart 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!