Waar het woord mij voorblijft
Ik draag mijn lot
tussen letters die schuiven
als kiezels over een tafel vol kansen.
Ik leg mijn woord degelijk, eerlijk
maar jij vindt altijd dat ene
dat glanst als een schelp in het licht.
Je zet quartz, mythe, fjord,
woorden die ruiken naar verre kusten,
terwijl ik blijf steken in tak, maan, stil.
Toch houd ik mijn plank vast
als een roer in onrustige branding.
Elke beurt een nieuwe golf,
elke zet een kleine storm
die mij dwingt rechtop te blijven.
En ergens, diep in het getij
van klinkers en medeklinkers,
weet ik dat het spel kantelt.
Dat zelfs jouw mooiste woord
ooit zijn glans verliest.
Dus leg ik neer wat ik heb,
zonder bravoure, zonder spijt.
Ik draag mijn lot,
en het tij keert wel weer.
24 april 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!