Kaart zonder rand
Ik loop de zolen van mijn voeten dun
op de kiezelpaden van het hoofd,
bezoek de uiterwaarden waar de stilte
als mist tussen de wilgen blijft hangen.
Elke stap is een poging tot begrenzing,
een paaltje slaan in de vloeibare grond,
maar de kustlijn trekt zich altijd terug
wanneer ik denk dat ik de branding raak.
Mijn taal is slechts een lantaarn
in een kathedraal zonder muren;
hoe meer ik bijlicht, hoe verder de schaduw
zich uitrekt naar een diepte die niet opraakt.
Er is geen laatste steen, geen hek,
geen punt waarop de echo zwijgt.
Ik ben de wandelaar en het ravijn,
de weg die zichzelf pas tijdens het gaan
steeds weer opnieuw verklaart.
5 mei 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!