Het broeien van de kim
De lucht hangt laag, een zwaar gewelf van lood.
De wind houdt zich in, schuilt in het struikgewas.
Wij sussen de twijfel in een krimp van rust,
terwijl de horizon zich langzaam sluit.
Hoor het verre morren in de buik van de wolk.
Het berekende land ligt bewegingloos te wachten,
gekooid in de stilte voor de vlaag begint.
Geen vogel die nog stijgt, geen blad dat durft te trillen,
het veilige domein houdt star zijn adem in.
Dan krimpt de schemering tot een scherpe streep.
De eerste vlaag slaat gaten in het broze glas,
een kille rilling over de slapende hei.
Het stof danst op het ritme van de eerste slag,
het veilige verleden valt in as.
De bliksem splijt het vlakke, grijze rijk.
Het water stijgt, het breekt de strakke kom,
de storm herovert wat de angst bezat.
19 juni 2026
Geplaatst in de categorie: natuur

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!