Levenswandel
Het landschap van mijn jeugd
Kent weinig hoge toppen
Noch diepe dalen,
Met vallen en opstaan
Kon ik de dipjes weerstaan.
Tijdens het rijpen van de tijd
Heb ik diep moeten vallen
En hoge toppen bedwongen,
Om overeind te blijven
In de stormen die woedden.
Nu het levenseinde nadert,
Betreed ik weer de vlakten
Uit mijn jeugd zonder toppen
En dalen, waarin ik toen
Dreigde te verdwalen.
Rustig kabbelend ga ik voort,
Zonder storm noch regen,
En evenmin zonnegloed
Verhittend bloed dat het
Bonzend hart door d’adren raast.
Geplaatst in de categorie: tijd

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!