inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 3308):

Het karige maal

Onder de lamp aan tafel
zwijgend eten wij: onze handen
als witte vlekken komen en gaan;
onze beringde vingers achteloos
met het vertrouwde brood spelend.
Geen vreugde niets ongewoons
is er in de klank van onze
messen en vorken.

En natuurlijk weten wij niets
van het geluk van reizigers
in een avondtrein.

--------------------------------
uit: 'Het karige maal', 1978.

Schrijver: Miriam van Hee
Inzender: GvB, 12 jan. 2011


Geplaatst in de categorie: voedsel

2,7 met 31 stemmen 6.751



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)