inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 3411):

Spiegelstad

Er is een stad onder de stad. Ik
en mijn schaduw.

Eens voer ik op een lek geslagen boot,
dook onder, vond een poort.
Daar zat een nimf met rode haren.
Ze zei: Waar bleef je toch?
Ik heb zo lang op je gewacht.

We ijlden koortsige nachten weg,
dronken de roes tot braaksel,
dobberden in het neon van de stad.
Dagen helder als vloeibaar ijs
met koudvuur van het vaste weten
dat zwart zo diep moet zijn.

Ik ben gegaan, zij is gebleven.
Iedere nacht hoor ik haar stem.
Laat me slapen, voor altijd slapen.
Nooit zul je me meer zien.
Schepen vertrekken naar daar
waar de zee.

Nu staar ik uit het raam, gestaag
valt miezerregen.
Roodborstje wat ben je mooi!
Hoor het lied der zilvermeeuwen
over lang verlaten havens.


-----------------------------------------
Uit: Sloop de stad met tedere woorden, 2009

Schrijver: Rense Sinkgraven
Inzender: FFvK, 19 Mar. 2011


Geplaatst in de categorie: woonoord

3.1 met 10 stemmen 2.436

Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Titia Lodewegen
Datum:19 Mar. 2011
Bericht:Ja, ja, de Noorderhaven in Groningen binnen dit gedicht doet een tipje van de sluier oplichten!


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)