start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (30)
adel (2)
afscheid (128)
algemeen (65)
biologie (12)
dieren (178)
discriminatie (1)
drank (10)
economie (5)
eenzaamheid (166)
emoties (543)
erotiek (21)
ex-liefde (88)
familie (52)
feest (34)
film (5)
filosofie (170)
fotografie (16)
geboorte (15)
geld (5)
geweld (22)
haiku (13)
heelal (40)
hobby (12)
humor (129)
huwelijk (31)
idool (13)
individu (331)
internet (1)
jaargetijden (143)
kerstmis (30)
kinderen (157)
koningshuis (7)
kunst (58)
landschap (80)
lichaam (99)
liefde (384)
lightverse (102)
limerick (1)
literatuur (141)
maatschappij (159)
mannen (15)
media (3)
milieu (14)
misdaad (16)
moederdag (3)
moraal (25)
muziek (59)
mystiek (38)
natuur (289)
ollekebolleke (1)
oorlog (92)
ouders (122)
overig (38)
overlijden (156)
partner (42)
pesten (4)
planten (19)
poesiealbum (1)
politiek (15)
psychologie (69)
rampen (14)
reizen (90)
religie (63)
schilderkunst (25)
school (37)
sinterklaas (4)
sms (2)
snelsonnet (16)
songtekst (10)
spijt (22)
spiritueel (1)
sport (42)
taal (97)
tijd (202)
toneel (16)
vakantie (16)
valentijn (3)
verdriet (62)
verhuizen (6)
verjaardag (17)
verkeer (19)
voedsel (28)
vriendschap (45)
vrijheid (74)
vrouwen (32)
welzijn (43)
wereld (87)
werk (54)
wetenschap (21)
woede (12)
woonoord (162)
ziekte (38)

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 5597):

Meeuwen voeren

1

Als herten in de verte dorstend naar land
Burlen de schepen 's nachts en wekken mijn vriendin.
Wij zijn ook nog maar pas naar hier gekomen
Om nieuw leven. Oude liefde wou dat zo.

's Ochtends tilt het noorderlicht de slaapvertrekken
Uit hun voegen, hemelt ons hier langzaam op
In een machtig geheel, een helende verblinding.
Daar kunnen wij in schuilen voor elkaar.

2

Wij staan op het terras te praten met een wolk
Van af- en aanvliegende meeuwen, geven namen
Aan kiftende snavels die ons brood betwisten,
Ons vlees vliegen naar de stampende haven.

Zij houdt zo van hun magnifieke wreedheid, de zwevende
Obsceniteit van al die malse zatgevreten lijven,
Hun opvliegende natuur, hun vleesgeworden honger.
Zo aards en zo gehemeld zijn ze zeer waarschijnlijk
De krijsende gedachten van haar dode God.

Ze komen gulzig eten uit mijn lege handen
Op het Zuid, het nieuwe huis dat zij me leert,
Waar wij vanouds de werkelijkheid ten einde dromen
Van liefde die dat burlen hoort en niet kan slapen.

Schrijver: Leonard Nolens
Inzender: W.V., 01-10-2017



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: dieren

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 1451 keer bekeken

5/5 sterren met 3 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)