inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 1114):

Wijnrood

Handlangertje van de dood, de tijd, haast
zich nooit, verlaat zich nooit, treft,
geluidloos en rattig in zijn tred. Spoorslags
ijlt vooruit al wat de wereld najaagt.

De rust tijdens de vlucht. Ik drink wijnrode
lippen van minnaressen met wangen hectisch
nog van de tocht door de stad; ik brand me
aan glazen warm al van blos en mondafdruk.

Langs de trambaan, richel van smalle spiegels,
daar woon ik. Want wist ik niet waar ik woonde?

Telkens verder zonder verweer, het loflied
zingen van de open weg: daar moet ik zijn,
met koude voeten nooit tot stilstand gekomen.

-----------------------------------------------------
Uit: 'Lippenrood', 1997.

Schrijver: Kester Freriks
Inzender: MA, 10 jun. 2004


Geplaatst in de categorie: tijd

3,2 met 21 stemmen 11.565



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)