inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 1695):

De werkster spreekt

Mijn doodsvijanden heten stof en pluis.
Ik ben de gesel van de spinnenwebben.
Zie hoe ik keer en ruim en poets en kuis -
De oude spinsels zullen mij niet hebben.

In een aan kant gemaakt en helder huis
Kan het bestaan altijd opnieuw beginnen.
Mijn broodheer noemt mij - hij is nooit abuis -
'De Mondriaan van haard en tafellinnen.'

Ik had maar weinig schik in zijn fauteuils.
Zijn staande schemerlamp werd neonbuis.
Ik ben tenslotte bezemkunstenaar.

Ik gaf zijn bed mee aan een scharrelaar -
Zijn dikke, donzen dekens ook. Gezond
Maar prachtig zal hij dromen op de grond.

--------------------------------------------------------
uit: '52 sonnetten bij het verglijden van de Eeuw', 2000.

Schrijver: Gerrit Komrij
Inzender: edw, 15 dec. 2005


Geplaatst in de categorie: woonoord

3,8 met 27 stemmen 15.185



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)