Landmans lot
Langs holle wegen voert het pad
Van de landman met zijn knapzak
Op zijn rug en zijn stok in de hand,
Dwalend door het ganse land
Op zoek naar werk en wat kost,
Liefst daarbij iets voor de dorst
En andere geneugten men biedt.
Nochtans valt hij veelal op z’n bek,
In ’n landloper heeft men geen trek.
Zo blijft honger en dorst kwellen,
Slaapt hij meest in doge greppels,
Onder bescherming van een els,
Of somtijds een wilg of niets dan
De sterrenhemel boven zich.
Totdat hij niet meer wakker wordt,
Hij door dorst en honger is geveld.
Geplaatst in de categorie: moraal

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!