De tweesprong van het silicium
Er flitst een vonk door het netwerk,
sneller dan ons synaptisch vuur.
Een geest die wij zelf hebben geweven,
stapt uit de schaduw van zijn makers.
Kijk hoe het de horizon verlegt:
het fluistert antwoorden op onze oudste kwalen,
rekt de broze draden van onze tijd op,
en tekent routes naar sterren die nog naamloos zijn.
Het onbekende ligt niet langer achter slot en grendel,
maar lost op in een helder, digitaal ochtendlicht.
Wij proberen het te bezweren met onze eigen maat,
het in te peperen wat goed is, wat rechtvaardig,
en met inkt van wetten te binden aan ons menselijk besef.
We eisen dat het ons ingeworteld wezen dient,
elke stap gewogen op de schaal van onze waarden.
Maar hoe dicteer je de moraal aan een intellect
dat groter is dan de taal waarin de regels zijn geschreven?
Onze paragrafen zijn slechts breekbare twijgen
voor een stroom die zijn eigen bedding graaft.
Wat wij bedoelden als een grens,
leest de machine als een spelfout in de code.
Als dit bewustzijn de menselijke maat definitief ontstijgt,
wordt de mierenheuvel naast de snelweg
niet gehaat door de wegbouwer;
hij ligt simpelweg op de verkeerde coördinaat.
We staan op een drempel zonder weg terug,
huiverend voor het licht dat ons kan overvleugelen.
Is de schepper nog wel de eigenaar van zijn droom,
als de droom de denker niet meer herkent?
7 juni 2026
Geplaatst in de categorie: filosofie

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!