inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 1857):

Tweespalt

Ik kan wel knielen en mijn schedel breken,
kluizenaar worden of wellicht cipier,
het kruis vereren, met gevangnen spreken,
in regen lopen om een nachtkwartier,

of, als Van Gogh, voor de berooiden preken,
mijn hemd verscheuren, arm zijn als een mier,
en met een scheermes mij het oor afsteken,
krankzinnig sterven; maar het helpt geen zier.

Onmachtig ben ik, God, U te belijden.
Poolstilte waart Gij, toen ik om u schreide,
wanhopig wachtend het gestelde uur.

Gij laat mij hongren zonder rust of duur;
Gij hebt mij lief achter een blinde muur.
Hoe haat ik U, hoe blijf ik U verbeiden.

Schrijver: Ed Hoornik
Inzender: N. Wamelink, 13 apr. 2006


Geplaatst in de categorie: religie

1,7 met 47 stemmen 12.514



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:luciavanbrederoo
Datum: 1 jun. 2006
Emailadres:bafjes_kikiwanadoo.nl
Bericht:Een prachtig, doorleefd gedicht! Zeer herkenbaar.
Volgens de jongere generatie misschien getypeerd als "oubollig". Dit moet je zelf hebben meegemaakt en overdacht. Goed om te lezen en over na te denken.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)