inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 3191):

Kom

Stenen hebben een hart van brand.
De tweede regel is verdampt
in wind zo hard dat ik in elke hand
een steen moet dragen
staand op de kraterrand.
De eerste regel ging verloren
in mist boven de weg, rook-
slinger door het land.
Vuurslag, geweld van vallen.

Ontelbaar maal toeval, gestapeld
wegwijzer naar meer, verder, altijd
dezelfde afval van stenen en verzen.
Wie de weg volgt, over puin klimt
groeit met de berg bij elke stap.
Wie afdaalt van de kraterrand
zeult met gemis aan binnenkant.
Kom waar wind stil ligt:
ik laat mijn stenen waaien.

-------------------
uit: 'Thule', 1991.

Schrijver: Anneke Brassinga
Inzender: dvl, 8 feb. 2010


Geplaatst in de categorie: landschap

2,5 met 28 stemmen 7.991



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)