start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (30)
adel (2)
afscheid (128)
algemeen (65)
biologie (12)
dieren (178)
discriminatie (1)
drank (10)
economie (5)
eenzaamheid (166)
emoties (543)
erotiek (21)
ex-liefde (88)
familie (52)
feest (34)
film (5)
filosofie (170)
fotografie (16)
geboorte (15)
geld (5)
geweld (22)
haiku (13)
heelal (40)
hobby (12)
humor (129)
huwelijk (31)
idool (13)
individu (331)
internet (1)
jaargetijden (143)
kerstmis (30)
kinderen (157)
koningshuis (7)
kunst (58)
landschap (80)
lichaam (99)
liefde (384)
lightverse (102)
limerick (1)
literatuur (141)
maatschappij (159)
mannen (15)
media (3)
milieu (14)
misdaad (16)
moederdag (3)
moraal (25)
muziek (59)
mystiek (38)
natuur (289)
ollekebolleke (1)
oorlog (92)
ouders (122)
overig (38)
overlijden (156)
partner (42)
pesten (4)
planten (19)
poesiealbum (1)
politiek (15)
psychologie (69)
rampen (14)
reizen (90)
religie (63)
schilderkunst (25)
school (37)
sinterklaas (4)
sms (2)
snelsonnet (16)
songtekst (10)
spijt (22)
spiritueel (1)
sport (42)
taal (97)
tijd (202)
toneel (16)
vakantie (16)
valentijn (3)
verdriet (62)
verhuizen (6)
verjaardag (17)
verkeer (19)
voedsel (28)
vriendschap (45)
vrijheid (74)
vrouwen (32)
welzijn (43)
wereld (87)
werk (54)
wetenschap (21)
woede (12)
woonoord (162)
ziekte (38)

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 5461):

Voorbereidende schrijfles

De penhouder wordt magnetisch uit mijn
grof onbehendige rechterhand vandaan
aangetrokken door de me verboden linker,

daarmee zet ik tussen horizontale lijnen
alle diagonale beginnersstreepjes als regen
de verkeerde kant uit. Juffrouw Koster, choco

ladebruin kleed, solide schoenen, mepmeetlat,
stapt hoogrood van achter haar lessenaar, maakt
me van ruikvlakbij haar gegriefdheid kenbaar,

troggelt me de pen uit de onwijze inktige linker
en poot hem tussen drie vingers van de vereiste
rechterhand. En nu geen enkele vergissing meer

vat ik. Zet me in met rechts de regenkeepjes te doen
vallen in de nieuwe richting. Gered van het onheil
van de lat. Maar pal naast me in de val klem zit nog

de kleinzoon van de kolenboer, na nog een week en na
nog een op van de zenuwen, hopeloos snotterend, ik mee
gekweld Billetje de pen in de bevolen hand voorhoudend.

Maar daar is de kosteres al die links met die lat raakt.

Schrijver: Jacques Hamelink
Inzender: M.H., 19-03-2017



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: school

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 1419 keer bekeken

4/5 sterren met 1 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)