inloggen
dichtwoordenboek

tabblad: gedichten

< vorige | alles | volgende >

gedicht (nr. 997):

het carillon

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht, -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius : - een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luistr’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

Oorlogsjaar 1941

Schrijver: Ida Gerhardt
Inzender: NJT, 21 feb. 2004


Geplaatst in de categorie: oorlog

3,6 met 23 stemmen 8.500



Er zijn 3 reacties op deze inzending:

Naam:J.W.Slui
Datum:27 nov. 2018
Bericht:Weergaloos, werd dit nog maar meer gevonden!

Naam:Tineke van der Veen
Datum: 4 mei. 2017
Emailadres:famvanderveenplanet.nl
Bericht:Dit gedicht heb ik al wel 20 jaar in mijn bijbeltje bewaard. Ooit uitgeknipt uit het kerkblad en het raakt me nog altijd.

Naam:Petra Hermans
Datum: 3 aug. 2013
Emailadres:worldpoet546live.nl
Bericht:Prachtig.
Mooi beschreven, zoals alleen Ida Gerhardt zó kan.
Ik ga alvorens met haar licht te gaan, nog éven
in haar schaduw staan!


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)