70 resultaten.
luister
poëzie
3.3 met 177 stemmen
75.271 luister:
toen ik nog met hem
leefde en wij de wereld samen
maakten, wevend en rafelend
toen ik zijn oog bij mij had
en zijn witte handen
toen heb ik de sneeuw gezegend
en in de regen gelachen.
toen ik de middagen in zijn kamer
doorbracht en in zijn lichaam
rondliep of neerzat, een boek las
of sliep, toen ik de weg van zijn oor
kende…
Aan mijn vriend Réne Victor
poëzie
3.9 met 7 stemmen
3.460 Op ’n plein –
’n Fris wijd-open
Plein, - waar kinders stoeien
En om hun spel verheugd zijn
En waar blije meisjes voorbij komen
Met knappe stap, -
Daar staat een boom die immer bloeien
Zal, door Winter en door wind:
De sterke, hoge boom
Van onze vriendschap,
Groot en vroom.
Door de tijden van onze primula-veris,
Als d’eerste bloesems bloeiden…
EEN MATROOS.
poëzie
3.2 met 29 stemmen
3.356 Een lichtmatroos: zijn donkre haren,
Zijn ogen bloeien, zijne wangen blozen.
Denk niet aan de duizenden lichtmatrozen,
Die jong en schoon als deze waren.
--------------------------------------
uit: Kwatrijnen (1924)…
Driftigheid
poëzie
3.9 met 16 stemmen
3.818 't Vluchtig woord, dat van de lippen
Af mocht glippen,
Wortelt niet in 't open hart.
Laat het vlieten, laat het schieten,
Dat de borst zich uit moog gieten,
En ontlasten van heur smart!
In één woordje, door de winden
Met hun adem weggespoeld,
Is de hevigheid van vrinden
In één oogwenk tijds verkoeld.
Maar, wanneer, met loerende…
SLEDEVAART
poëzie
3.7 met 10 stemmen
2.223 Herinnering aan vrijdagmorgen,
28 dec. 1923
Dit is het laatst geluk geweest,
Dat u en mij op aard' verbindt:
Een sledevaart door sneeuw en wind,
En dit geluk gedenk ik 't meest.
Er was geen leven en geen tijd.
Onder een hemel van ivoor
Gleden wij stil de stilte door
Der smetteloze oneindigheid.
Peilde onze diepe veiligheid,
Aan…
Gemis
poëzie
3.4 met 19 stemmen
3.819 Toen ik hem daaglijks sprak en zag –
Dat vriendlijk oog, die milde lach –
Beminden wij elkander;
Toch hield ik, zo verbeeldde ik mij,
Iets meer van menig ander;
Van jonger vrienden, dwaas en vrij,
Vol opgewonden jong gevoel,
Want hij was kalm en scheen wel koel...
Maar nu de vriend mij is ontvallen,
Nu voel ik ’t aan mijn lange smart,…
Morgenroep
poëzie
3.3 met 6 stemmen
1.475 Ik bid U, vriend, maak mij niet wakker,
Wanneer gij vroeg, in lentetijd,
Met snelle tred voorbij mijn akker,
en juublend langs mijn drempel schrijdt.
Mijn van de arbeid bloed'ge handen
Hebben dit hechte huis gebouwd,
Ook deze groene korenlanden
Zijn mijne tot waar de einder blauwt.…
Een stad
poëzie
3.4 met 8 stemmen
3.700 Zoals men, gaande door een lange straat,
(Die, somtijds zich verbredend tot een plein,
Of soms ophoudend, waar de bruggen zijn,
Van dit eind van de straat naar 't ander gaat)
Zo bont des 's avonds in helle schijn,
Die van het winkel-licht naar buiten slaat,
Elk mense-popje ziet, dat gaat of staat,
Dat hoofd en schouders 't aller-lichtste…
Licht mijner ziel
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.428 I
Licht mijner ziel! ik zag u steeds van ver,
En wist wel dat gij eindlijk komen zoudt; -
Woorden, die ik niemand heb betrouwd,
Gaan uit als bleke vlammen, - als een ster,
Die in 't azuur, maar blanker, lieflijker,
Zie 'k in uw lokken liggen 't licht gelaat;
't Mysterie van veel leeds, maar nooit van haat,
Droomt in uw ogen; - 'k zag…
DE ZALIGEN
poëzie
4.1 met 15 stemmen
3.326 De gele rozen lichten langs ‘t terras.
In diepe stoelen liggen zij te rusten,
De zaligen, die elkaar gelukkig kusten,
De toekomstlozen; heel hun leven was
Een dringen naar de voorgeweten uren,
Waar alles eensklaps in vergeten is;
‘t Verwaait nadat het stukgereten is
Hun oud bestaan; en nooit kan iets meer duren
Naast dit verzonken zijn,…
Eindeloos
poëzie
3.7 met 21 stemmen
4.358 Wij die onze eenzaamheid
Droegen als goden,
Wij kunnen minnen
Eindeloos. . .
Zie welk een huis ons
Verlangen gebouwd heeft:
Landen en zeeën
Plaveien zijn vloeren,
Zonlicht en maanschijn
Zoldren de kameren,
Achter de sterren
Wijken de tinnen -
Wij kunnen minnen
Eindeloos. . .
Lief, dat gij mijn zijt,
Lief, dat ik uw ben,
Wat is het…
Zo welkom als de bie
poëzie
3.8 met 14 stemmen
3.245 Zo welkom als de bie,
die,
aan 't ronken, wijl de last
wast,
terug met heuren buit
uit
de velden rijk beblomd
komt,
zo welkom zijt ge mij,
gij,
wanneer ge mij verzet
met
hetgeen uw zwervend vlerk-
werk,
al vliegen achter 't land,
vand:
mijn hoppelend herte klopt
op 't
aanhoren en 't verstaan,
aan
het ruisen van zijn stem…
AAN MIJNE VRIEND GERRIT JOAN MEIJER.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
2.526 Bij al 't plundren, bij 't vernielen,
Bij het weiden van het zwaard,
Bij de duizenden die vielen
Door de dwingeland der aard',
Wiens gevloekte vuist niets spaart —
In dees hartverpletbre dagen,
Waar geen bloempje bloost aan 't blad,
En, in plaats der rozenvlagen,
Weemlend langs het bruiloftspad,
Merg en bloed de weg bespat —
Voegen…
Die lach
poëzie
3.7 met 33 stemmen
4.023 Zoals wanneer opeens de zonneschijn
Door 't zwart der brede wolken heen komt breken,
En schittert in de tranen, die er leken
Van blad en bloem, als vloeiend kristallijn,
Zó, dat het wenen lachen schijnt te zijn:
Zo is, wat mij ontstemt, opeens geweken,
Mathilde! ontsluit úw mond zich om te spreken,
En doolt een glimlach om uw lippen, fijn:…
De gast
poëzie
3.8 met 8 stemmen
2.583 Als gij mij ééns slechts kon vertrouwen,
En Uwe vleuglen saam wou vouwen,
Om aan mijn dis, bij fruit en wijn,
Mijn gast te zijn,
Dan zou mijn huis geheiligd wezen,
En na Uw heengaan zou ik lezen
In ieder ding, als in een boek,
Van Uw bezoek.
Hier rustten zijn handen, zou ik weten,
Wanneer ik, aan mijn maal gezeten,
Het linnen witter blinken…
De page
poëzie
4.3 met 6 stemmen
2.132 In ’t donkere bos hebt gij mij gevonden,
Mij, mat van wonden,
En mijn lippen lachten nog over mijn zonden.
Op uw blanke tel hebt ge mij geheven,
Mij, bleek van leven,
En mijn ogen haatten u om uw geven.
Door een groene wei hebt ge mij doen rijden,
Mij, flauw van lijden,
Nauw zocht ik uw schouder mij bijzijden.
In uw wit paleis hebt ge…
Onder de boom des levens
poëzie
3.7 met 14 stemmen
4.085 Lieve, hoort gij hoe het bruist door het loof van de boom onzens levens,
En hoe het duizelend blad ruisend bezwijmt om ons heen?
Voelt gij de stam, die ons schudt en de takken, die boven ons buigen? -
Lieve, geef gij mij de hand - ons laat het leven alleen.
Over ons ijlt reeds de schemer, met al zijne nev'lige armen
Wist hij het dode verleên…
Op 't hoekje van de Hooigracht
poëzie
4.2 met 20 stemmen
6.333 Op 't hoekje van de Hooigracht
En van de Nieuwe Rijn,
Daar zwoer hij, dat hij zijn leven lang
Mijn boezemvriend zou zijn.
En halverwege tussen
De Vink en de Haagsche Schouw,
Daar brak hij, zes weken later zowat,
De eed van vriendentrouw.…
IK wilde ik kon u iets geven
poëzie
3.4 met 43 stemmen
5.394 IK wilde ik kon u iets geven
tot troost diep in uw leven,
maar ik heb woorden alleen,
namen, en dingen geen.
Maar o alzegenend licht,
witheerlijk, witgespreid licht,
daal op haar en laat haar nooit zijn
zonder uw zalige schijn.
Zij is zo stil en zo zacht
als gij en niet onverwacht
zijt ge voor haar -- zó is
het water voor een…
Nocturne
poëzie
4.0 met 10 stemmen
3.594 En waart gij nimmer zelf gekomen,
En had geluk slechts kunnen zijn
Van teerst gemis de waterklare pijn
En tegen d' achtergrond der bonte dromen
Lichtschaduw van uw verre schijn,
Uw zon die nimmer boven kimmelijn
Rees uit oneindigheids verstilde stromen, -
Ik zie geen ander doel voor 't eenzaam wachten
Der gouden dagen, der juwelen nachten…
In tere schaduw zilverblauw
poëzie
4.1 met 27 stemmen
3.237 In tere schaduw zilverblauw
sloegen witte wieken en een gerucht
voer om; er werd een grote zucht
gewekt, een wensen, dat ver weg wou.
Gij en ik, o wij gaan wel trouw
samen, wij vliegen uit in éne vlucht
en laat het zijn naar het ver gehucht
van mijne ziel en gaan wij gauw
Dat ligt in de bergen, men vindt het nauw…
Heb mij lief, gelijk ik ben
poëzie
4.1 met 56 stemmen
6.291 Ik zou tot al mijn vrienden willen gaan
- Ook wel tot hen, die niet mijn vrienden zijn -
En vragen: Heb mij lief, gelijk ik ben
En stel aan mij geen eisen. Zie, ik kan
Niet onderhoudend praten, niet gevat
Of geestig zijn, en niet vertrouwelijk
Vertellen van mij zelf of van mijn ziel....
Wat zouden we ons vermoeien voor elkaar?
Laat mij maar…
Droom-Huis
poëzie
3.7 met 20 stemmen
4.459 Weet ook gij dat stille diepe huis?
Achter brede blinde poort
Kruisen eindeloze gangen en portalen
Waar men tijdeloze tijden kan verdwalen
Tussen echo's die men klaar vermoedt en nimmer hoort.
Weet ook gij dat stille diepe huis
Door welks schaduwige vree
Voet zo licht en onvermoeibaar stijgt en daalt langs tree na tree?
En zijn plotselingen…
Vers per 7 juni 1951
poëzie
3.3 met 174 stemmen
121.945 Bedoel je Josje met de kleine ogen?
Nee, met de grote.
Bedoel je Josje met de schelle stem?
Nee met de mooie.
Bedoel je Josje met het haar dat naar niets ruikt?
Nee, met dat fijn ruikt.
Bedoel je Josje aan wie je nooit denkt?
Nee, aan wie ik altijd denk.
Bedoel je Josje, die nooit Engelse woorden wil opschrijven?
Nee, die dat…
Een vriend is niet, die U aan 't hart wil sluiten
poëzie
3.5 met 15 stemmen
3.516 Een vriend is niet, die U aan 't hart wil sluiten
in Uw geluksuren en zich niet genoeg doen kan,
Maar die de balling bij zich binnenroept en dan,
de deur toeslaat tegen de wolven buiten.…
De handdruk
poëzie
3.5 met 18 stemmen
3.453 O, tintel’ uw hart in de druk van uw hand:
Ik dank voor een vinger twee, drie!
Ik walg van een kneepje, koket en pedant,
Een pink van een man van genie....
En, vrindlief, uw bevende, klevende hand
Is waarlijk mijn antipathie!
Verstijve de hand, die de hoveling speelt;
Beleefde, vernedrende hand!
Verdorre de hand, die verraderlijk streelt…
Zijn goudblonde lokken en knevel
poëzie
2.8 met 18 stemmen
5.718 Zijn goudblonde lokken en knevel,
Zijn geestvolle neus en mond,
Zijn vergeetmijnietblik, zijn tenorstem
En zijn New-Foundlandse hond,
Ik moet er gedurig aan denken;
Zelfs adem ik soms nog flauw
De geur in van zijn sigaren.
Hij kocht ze gewoonlijk bij BLAAUW.
Ruik ik opnieuw die sigaren,
Dan word ik eensklaps zo raar.
Is 't, omdat hij…
IN DE TREIN
poëzie
3.8 met 29 stemmen
3.375 Geen naam. Geen woord. Ik weet slechts, dat hij lachte,
Hij lachte, toen hij haastig langs mij ging.
Nu door de dagen en de nachten
Martelt herinnering.…
laat zestig winters
poëzie
3.1 met 23 stemmen
8.094 P.C. Hooft begroet zijn vriend Vos(sius) door woorden van Vondel te citeren:
'laat zestig winters vrij dat Vossenhoofd besneeuwen,
nog grijzer is het brein, dan 't grijze haar op 't hoofd,
dat brein draagt heugnis van meer dan vijftig eeuwen,
en al haar de wetenschap, in boeken afgesloofd,
Sandrart, beschans hem niet met boeken of met blaêren…
Verlangen
poëzie
4.0 met 7 stemmen
3.359 Ik heb zo lang op u gewacht
En nergens heil of heul gevonden.
Ergens lachte het zoet en zacht….
Ach, zonder u is alles zonde.
Ergens lachte het zoet en zacht…
Ik weet wel, dat ik blij zijn konde,
Als ik niet stadig u gedacht,
Ach, zonder u is alles zonde.
Had mijn verlangen maar de kracht
Dat ik u tot mij trekken konde.
Lichten…