inloggen

Gedichten

gedicht (nr. 995):

HET LIED DER DWAZE BIJEN

Een geur van hoger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hoger honing
verdreef ons uit de woning.

Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen,
een steeds herhaald niet-noemen,

ried ons, ach roekelozen,
de tuinen op te geven,
riep ons, ach roekelozen,
naar raadselige rozen.

Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven
jubelend voortgedreven.

Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve de dood verduren.

Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teken,

stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen.-

Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
huiswaarts omlaag gedwereld,
het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tussen de korven.

Schrijver: Martinus Nijhoff
Inzender: Jos Zuijderwijk, 10 mei 2005


Geplaatst in de categorie: natuur

3.0 met 17 stemmen aantal keer bekeken 5.467

Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Jan
Datum:
25 mei 2008
Ik ben benieuwd naar ieders kijk op de zinsnede "een zacht zoemen,een steeds herhaald niet-noemen". Vooral dat "niet-noemen" intrigeert mij.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)