5287 resultaten.
LIBERA NOS, DOMINE!
poëzie
4.8 met 5 stemmen
2.160 De wind woei om het eenzaam huis
In 't laatste avonduur;
Toen lichtte een vreemde de klink der deur
En zat bij 't open vuur.
Ik dierf niet vragen wie hij was
En hij gaf teken noch taal;
En ik noodde hem niet, maar hij zat aan
Naast mij aan 't avondmaal.
Mijn lippen trilden en in mijn hart
Laaide hittige haat;
Maar hij glimlachte…
VOGELS.
poëzie
3.6 met 5 stemmen
1.171 Zij gunnen mij gaarne 't geheim hunner tale,
De roodborst zijn snoeren van bloedkoralen,
De merel haar zang als betinkte bokalen,
En vinken hun klink-slag op eedle metalen.
De duif doet de zoetheid van 't troostende kirren
Zacht druipen om voorhoofd en lippen als mirre,
De nachtegaal roert door haar smachten tot tranen,
En hel schalt de wekroep…
LENTELIEDJE
poëzie
4.5 met 2 stemmen
3.110 Daar zweeft de lieve Lente weer
Bezielend door de dreven;
Zij daalt als uit de hemel neer
En roept weer de aard ten leven;
Zij tooit alom de dorre baan
Met bloemen en met kruiden,
En waait van uit het zuiden
Ons zoete geuren aan.
"Daar komt de lieve Lente weer!"
Zo juichen veld en akker;
Ze is gul en vriendelijk als weleer
En zingt de…
OP HET TONEELSPEL
poëzie
5.0 met 1 stemmen
2.181 Wie ’t menslijk leven in het klein wil na zien maken,
Vermaak in leugens schept, en ongemeende zaken
Wil horen uit de mond van een, die, slechts in schijn ,
Een Held, een Vorst, een Boer en al te zaam kan zijn;
Wie zulk bedrog bemint dat lachend ons doet wenen‚
En wenend heimlijk lacht, daar‘t onheil ras verdwenen
En heel vergeten is, wijl…
De bie en de roos.
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.204 Een bietje vloog een roosje toe:
‘Lief bloemtje, kijk eens: blij te moe
Snel ik naar u op lichte vlerk,
Opdat ik aan mijn honig werk.’
‘Wees welkom, bietje, sprak de bloem;
Uw vlijt verdient, dat elk haar roem'.
Put uit mijn schoot al wat ge kunt:
Het is van harte u vergund.’
En zie, voor 't einde van de dag
Viel 't roosje neer…
TREK-OS
poëzie
4.0 met 2 stemmen
869 Uit koele kalme schaduw van het bos,
Treedt langzaam-aan kopschuddend-schomlend, de os;
Treedt op het blinkend zandpad, dat gevlekt
Met tak- en bladeren-schauw, is overdekt
Van brandend zonlicht, zomer-zon-gegloor
De hele dag, van vroeg tot 's avonds, door.
Hij keert naar stal en ziet het open hek...
Een korte ruk aan 't leidzeel... Uit…
Bij het graf mijns vaders.
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.072 Dierbre vader! met een bloedend harte
Ging ik u geleiden naar het graf,
En de traan der kinderlijke smarte
Gleed mij telkens van de wangen af;
't Viel mij bang, toen ik de kist zag zinken,
Die uw stoflijk overschot bewaart,
En de doffe nagalm hoorde klinken
Van de daarop neergeworpen aard'.
Nimmer, dacht ik, ziet mijn oog hem weder…
DE WARE KUS
poëzie
4.4 met 5 stemmen
1.773 Voorzeker, ’t is een teedre lust,
Wanneer men ’t blozend roosjen kust
Op lieve maagdenwangen!
Voorzeker, ’t is een dierbaar pand,
Een lieve Maagdelijke hand
Met lip en mond te prangen!
En ’t kusjen is verrukkend zoet,
Wanneer ge ’t stookvuur van uw gloed
Op ’t tintlend oog moogt wreken;
Of als men op een schone borst
Een wederzijdse…
OP HET TONEEL
poëzie
3.0 met 4 stemmen
2.576 De wereld is een speeltoneel,
Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel.…
DE WILDE WIND
poëzie
4.5 met 8 stemmen
2.936 Door ‘t haaghout raamt
de wilde wind,
verblind,
zijn reuzensprongen:
en al dat ooit
hem tegenstaat
verlaat
hij, losgewrongen.
Gebogen hier,
gebroken daar,
malkaar
de bomen schenden;
die, scheurende uit
de gronde, huis
en thuis
de gruw inzenden.
Nu maalt hij…
EENS MEIENS MORGENS VROEG
poëzie
4.6 met 16 stemmen
2.377 Eens meiens morgens vroeg
was ik opgestaan,
In een schoon boomgaardekijn
zoud' ik spelen gaan.
Daar vond ik drie jonkvrouwen staan.
d'Ene zong vore, d'ander zong na:
Harba lori fa,
Harba, harba lori fa,
Harba lori fa.
Toen ik verzag dat schone kruid
in de boomgaardekijn,
End' ik verhoorde dat zoete geluid
van de mageden fijn,
Toen…
Wij zoeken God
poëzie
4.0 met 1 stemmen
813 Wij zoeken God, die niet dan in geluk
Gevonden wordt, in angst en ongeluk.
Van dag tot dag, om onze weg te korten,
Maakt God het leven, onze weerstand, stuk.…
DE CRISIS ONZER DAGEN.
poëzie
5.0 met 2 stemmen
1.052 (EEN WOORD in 1859 en 1860)
Een fonklend samenbroedsel
Van vrijheid en van dwang,
Bij zucht naar prikklend voedsel
Het vuur van drift of drang.
Veel hoofden vol confusie,
Veel harten vol van spijt:
Bij eeuwen-oude illusie
Weer d' eeuwen-oude strijd.
't Gewicht der wetenschappen
Door wonderen geleerd;
Na politieke klappen,…
OP HET SLAGVELD.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.140 Door de kruitwolk en des slagvelds gruwelen,
zoekend stapt de Non waar hulp en troost biên.
Bloedig stort alom de krijgsman neder.
Lijk een engel komt zij toegevlogen,
knielt, verzorgt hem, biddend of met zoete
woorden hem vertroostend, helpt hem sterven...
Ginter verre donderen de kanonnen,
spuigend. - Stervend stort de maged neder. -
Ruiters…
AL DRAAGT DE AAP EEN GOUDEN RING / ZO IS HET TOCH EEN LELIJK DING
poëzie
3.0 met 3 stemmen
4.301 Al heeft de sim een gulden rok,
Zo is 'et toch maar enkel jok;
Want schoon zij met een grote pracht,
Wordt deftig in het spel gebracht,
En dat ze voor de eerste maal
Komt prachtig treden op de zaal,
Komt wonder moedig aan de dag:
Zij is een aap, gelijk ze plach';
Want eer men nog de rolle sluit,
Zo kijken hare grillen uit,
Want zijde, goud…
Herfst
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.028 Het beukenbos is bruin als oud-geroest ijzer
en er staat een eik vol gouden munt,
de bewaasde vijver ligt vol puin van blâren
gelijk in mijn hart 't verdriet van de dag.
En er zit een mus eenzaam op een tak
zoals ik-zelf woon in dit land.
O mijn hersens, verkankerd van 't verdriet,
en mijn bloed verouderd in mijn lijf...
De vliegzwam…
In onze slaap gaan wij tot God terug
poëzie
4.0 met 2 stemmen
766 In onze slaap gaan wij tot God terug.
Ontwaakt, begrijpen wij opnieuw te zwerven.
Het leven houdt ons tegen tot wij sterven.
Dan keren wij voorgoed tot God terug.
-------------------------------------------------------
uit: Opwaartsche wegen, jrg 9 (1931-1932)…
De vagebond
poëzie
4.0 met 3 stemmen
967 De dagen zijn te lang, en krap mij toegemeten
De dove rust des slaaps, van dalend licht tot licht
Zo spoedig kan ik niet verdromen en vergeten.
'k Ontwaak, een zieke gloed op 't benig aangezicht.
En elke dag, als nu, zet ik mijn doelloos zwerven,
Mij zelve honende, opnieuw en immer voort.
Mijn hart slaat jachtiger, hoe meer mijn krachten sterven…
EEN KORENWANNER AAN DE WINDEN
poëzie
4.2 met 4 stemmen
910 Ik offer vermiljoene rozen,
En leliën en violetten
En bloemen vers geplukt, die blozen,
Waar op de dauw haar paarlen zetten;
En strooi ze met gewassen handen
Op uw altaar, o lichte veugels!
Gebroederen, die alle landen
Der wereld met uw snelle vleugels
Doorreist, en met een duislig ruisen
Het schaduwrijke loof beweegt,
Waar door gij zachtjes…
Verlangen.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.054 In de nachtlijke stilt' van mijn dromen,
Als geen windeken ruizen in 't groen,
Als geen vogelken fluit in de bomen,
Wekt mij telkens hetzelfde visioen.
Langs de ronding der reuzige bogen,
Stort haar zilveren stromen de maan,
Op de golven, zich heffend ten hogen,
Waar de sterren te vonkelen staan.
Ach! de maan is zo hoog aan de kimme…
spinnenwebben van moeheid
poëzie
4.0 met 4 stemmen
2.868 spinnenwebben van
moeheid dragen over
grandioze zeeën zijn
ellendig hart. en toch
zal alles zo blijven…
Thereze.
poëzie
4.2 met 4 stemmen
909 Ja, lieve juffer, inderdaad,
Ge zijt bekoorlijk schoon van wezen,
En rijk daarbij, wat nimmer schaadt;
Ook wordt uw aard te recht geprezen.
Wel hem, die gij uw harte biedt:
Gelukkig zal hij mogen heten!
Maar spreek tot mij van liefde niet...
Ik zal Thereze nooit vergeten.
Zij mocht gewis met minder recht
Dan gij op lichaamsschoonheid bogen…
EEN TELEFOON-LIEDJE VAN ZEBEDEUS
poëzie
4.0 met 3 stemmen
761 Het zijn de snaren,
Die door de ruimte varen;
Een uitgespannen schaal
Van stijve paal tot paal.
Die snerpen en die fluiten
Door 't nachtelijke buiten
En gonzen in de wind,
Gespannen, doof en blind . . .
De snaren zijn 't, de snaren,
Waar langs de stemmen varen
Van velen, doof en blind
En wetend niet de wind.
De wind die aan de snaren…
Huiverig oord.
poëzie
4.0 met 1 stemmen
768 De bloemen, die slank daar rijzen,
zijn bleek gelijk de dood;
ene enkle staat in 't midden,
als bloed zo vurig rood.
Doch kuste haar niet de zonne:
nooit zag zij die stralengloed,
de bloeme is de aarde ontsproten
en die dronk mensenbloed...…
Op een zelfmoorder.
poëzie
3.3 met 3 stemmen
1.183 Hij dacht zich door een korte dood
Te redden uit zijn bange nood:
Hoe heeft hij zich bedrogen!
Hier stak hij, achter struik en heg,
Zich voor het oog der mensen weg;
Daar boven staat hij moedernaakt:
En wat hem 't hier heeft bang gemaakt,
Is derwaarts met hem heengetogen:
Hoe heeft zich de arme dwaas bedrogen!…
Onze handen
poëzie
3.3 met 3 stemmen
1.782 Eenvoudig als onze handen zijn
bij vaal verdriet en gulden feest
zo zijn wij, lieve, met elkaar
zelden geweest.
Tussen der woorden hovaardig spel,
onze handen, zij alleen,
die wisten van elkander wel
’t geheim van ons getween.
Die hebben ’t schoonste deel gekend
van ’t heimwee waar een mens in mint;
die wisten niet waar waken endt
of…
Stad
poëzie
4.0 met 5 stemmen
1.048 Verloren tijd, hoe schoon vind ik u weer,
waar elk herinnren wordt een nieuw verlangen.
o Steden-laan, wat zijn uw meisjes schoon.
Eens was ik jong, en 'k ben niet jong gebleven...
Ik wandel bij de bomen die mijn jeugd
beveiligd hebben en haar jonge liefde.
Water is de adem van een meisjes mond
De stad is heet en droog als een begeerte…
VREUGDE
poëzie
4.6 met 5 stemmen
2.903 Onder de gloedende zoen van mijn levenscheppende vreugde ligt de stad;
vreugde in mij, niet om welke oorzaak ook, maar om zich zelf:
zo is elke grote liefde. Mijn vreugde is een absolute liefde.
Dat weet ik: ik ben een schepper die een warme golf over de stad laat varen.
Op schaliedaken ligt maanlicht dol in vreugde, goud-gelukkig.
Ik weet…
IN DOEKEN EN EEN TOEFJE BONT
poëzie
4.0 met 5 stemmen
1.287 in doeken en een toefje bont
duffeltjes aan met lappen en scheuren,
schamel en schunnig, verschoten kleuren,
op weg de handen in de broek,
de hoofden neer, de schouders zoek
en om de neuzen onuitsprekelijk,
gedoken musjes bij mekaar,
de kleumenskou aanstekelijk
en lippenmonden droef en wekelijk
klos klos
huiverend langs de open dijken
schokkende…
Vlas.
poëzie
5.0 met 4 stemmen
1.251 'k Was buiten aan 't dolen. De zomernatuur
Ontplooide haar kracht allerwegen;
En tuinbed en boomgaard en akker en wei, -
't Sprak alles van God en Zijn zegen.
't Was alles zo feest'lijk, zo rijk en zo schoon;
Het rondzien was zuiver genieten,
En deed aan de trillende snaren der ziel
Een zacht Hallelujah ontvlieten.
Ik zag naar de…