5286 resultaten.
Amsterdams wapen 1841
poëzie
4.0 met 1 stemmen
740 Aanstaande verandering van Amsterdams wapen.
De stad spreekt.
I
Vraagt iemand, waarom ik drie kruisen voere in 't schild?
'k Rep niet van 't koggeschip, dat ze eertijds placht te dragen,
Noch breng de charters bij, die van Persijn gewagen.
De aloudheid schuilt in mist, - 't waar' moeite en tijd verspild.
'k Geef reden van die…
O God, ik heb de geur der vlieren om me henen
poëzie
4.0 met 2 stemmen
838 O God, ik heb de geur der vlieren om me henen,
en mijn hart - God, gij kent zijn lijden, en Ge weet
hoe vaak het, schoon gelate', in pijn zijn dagen leed -,
is als een appel-boom, met pralend licht omschenen,
die blij zijn branken breidt, waar roze en blank verenen
hun perel-kleuren in 't teer weemlend bloemen-kleed...
Zo is mijn vrucht-zwaar…
Doodsangst
poëzie
4.0 met 3 stemmen
933 Laat ik u kussen en u nogmaals kussen.
Geeft u liefde voor mijne liefde weder,
Wat baat het ons: eens zal de doodwind blussen
Uw vlam en mijne vlam, en wij zinken neder.…
Nooit en is uw minlijk wezen geweken
poëzie
5.0 met 1 stemmen
2.066 Nooit en is uw minlijk wezen geweken
Uit mijn verstand, maar zie altijds present
Uw wezen zoet, uw schoonheid excellent,
Uw aanschijn klaar, ende de zoete treken
Uwer oogskens, die machtig zijn te breken
De straffigheid van een hert, dat gewend
Tot kwade is, en in wreedheid verblend,
Doende ’t zelfde vierige tranen leken.
Uw zuiver haar, zweer…
OP DE GETROUWHEID
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.924 GETROUWHEID! dierbre schat! standvaste, onkreukbre Maagd!
Elk roemt uw waarde, schoon bedrog en krijg u haten.
Gij stond zelfs heidnen bij in onderdrukte staten.
Ach! waart gij nimmer door het Christendom verjaagd!
Nooit trok ge, in hoge nood om onderstand gevraagd,
Met loden schoenen voort; nooit hebt ge uw Vriend verlaten.
Gij zijt de steun…
Weer rijst het
poëzie
4.0 met 2 stemmen
838 Weer rijst hier uit de diepste grond
naar 't holle duister van mijn mond
en streeft naar nieuwe luister,
gelijk naar nieuwe bloesem streeft
de knop die teer in dauw-licht beeft,
en stralend uit de boezem leeft
der aarde, diep en duister.
'k En durf te spreken, waar ik wou
het woord bewaren, dat ik hou
ten troost van dode wanen,…
Zij zouden knarsetanden
poëzie
3.3 met 3 stemmen
1.568 Zij zouden knarsetanden, als ze nog
Konden knarstanden, mensjes, die als bevers
Zitte' in hun kleine holletjes, die toch
Niets zijn als een klein maakseltje van levers,
Niet van waarachtig levenden, die och,
Ook wel zijn moeten zwakke ellendge bevers,
Maar voor 't g'heimzinnig leven, Godzelf. Doch
Gij zijt als zwakke en arbeidzame wevers…
Regen
poëzie
4.0 met 3 stemmen
1.467 De bui is afgedreven;
aan de gezonken horizont
trekt weg het opgestapelde, de rond-
gewelfde wolken; over is gebleven
het blauw, het kille blauw, waaruit gebannen
een elke kreuk, blank en opnieuw gespannen.
En hier nog aan het vensterglas
aan de bedroefde ruiten
beeft in wat nu weer buiten
van winderigs in opstand was
een druppel van de…
De stille nacht
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.170 De nacht is stil. Zo wijd als mijn oog ziet
Hangt aan de lucht nu geen bloeiende schijn
Van een Stad. Oovral rust. De sterren zijn
Rondom de maan roerloos. Zij tinklen niet.
Dit is de vrede, die ik zocht. Nooit vond
Ik vrede in u. En nu haat ik u, Stad,
Teedre stad, wrede stad. Ik haat de schat
Van al uw lust, die harten drijft en wondt.…
De schepen
poëzie
5.0 met 1 stemmen
1.992 Ik hoor vanavond verre schepen fluiten
En, even hopend, schoon ik niets verwacht,
Druk ik mijn hoofd tegen de kille ruiten
En zie de haven in de blauwe nacht.
Vertrouwd geluid, ik hoorde u reeds als kind,
Soms midden in de nacht, maar meestal tegen
De avond bij het opgaan van de wind,
Als moeder zei: 'wij krijgen zeker regen'.
Toen dacht…
Menselijkheid
poëzie
3.7 met 6 stemmen
2.288 Ik, die mij somtijds klein voel in dit grote Leven
dier duizend zonnen, boven dees mijn doodgaand hoofd,
en moedloos dwaal omdat ik hier als mens moet leven
en mij geen hoger doel van wezen schijnt beloofd....
- Kan plotseling zoals een vuur omhoge klimmen
wanneer ik voel en weet, dat in mijn hert getroond,
standvastig en steeds levend…
Interview
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.382 Een interview? Waartoe? 'k Beeld nu al jaren,
— En 't laatst wel 't meest en nooit zo ongestoord —
In rijm, onrijm, met 't uitgezochtste woord
De stemmingen, die door mij henen varen;
En al de beelden grijp ik bij de haren,
Die 'k kan verpraaien van mijn kapersboord,
En ook begint — onlangs heb ik 't gehoord —
Mijn duistre Stijl, goddank! wat…
Herfst
poëzie
4.5 met 2 stemmen
1.007 En in de lucht des vochten uchtends hangen
De laatste dunne blaad'ren van het jaar,
Als in het zwarte takkennet gevangen,
Met fijne glans van kleuren naast elkaar.
Zo louterde de pracht zich van de lange
En luide lichttijd en de brede schaar
Van groengedoste bomen, tot die bange
En tere lichtkleur van het late jaar.
Die blaadren…
Bede
poëzie
3.2 met 4 stemmen
988 Streel en deel mijn ziel en zin,
God des wijns en god der min,
Wie ik offers wijde!
Deel me uw zoete gunsten mee
En vereen u op mijn beê
En verhoor me om strijde.
Lyeus! les mijn ingewand
Als de liefde ’t blaakt en brandt
Door ontgloeide flitsen;
Eros! Laat uw vuur mijn dorst,
Als mijn hart zwemt in mijn borst,
Vlammend weder hitsen…
Dat was niets meer…
poëzie
4.0 met 1 stemmen
804 Dat was niets meer dan een even-wuiven
van kleine handjes, zo blank als duiven,
in ’t avondver;
niets meer dan, plotseling, het opgeflonker
van eêlgesteente in het wordend donker
gelijk een ster;
niets meer dan ’t kraken van kleine voeten
op ’t weggegrint en, om mij te groeten,
een licht gegil… –
En tóch voldoende om, hoe vele dagen,…
Vermaning
poëzie
1.7 met 3 stemmen
1.079 Vriend, herzie uw jeugdgezellin:
Eens te tenger voor de extase,
Zeg, veranderde zij snel in
Een welvarende bourgeoise?
Zij liet zich leiden door de avond,
Maar niet verleiden tot liefkozen;
Gelooft gij ook, dat zij haar gade
Liefde bewijzen blijft door blozen?
Nu geeft zij feesten vol genade
En baadt zich blank, den morgen lank,…
Aan Klorimene
poëzie
4.0 met 1 stemmen
966 Toen ik u lestmaal, by de leliën en rozen
Zo helder pronken zag, en met zo purpren bloos,
Zo dacht mij, dat uit spijt de roos verbleekte in 't blozen,
En dat meteen uit schaamt' de lelie wierd een roos.
Zo doet uw schone verf de roos en lelie duiken,
En maakt dat in uw hof, uit hartzeer en verdriet,
De bloemen altemaal verdorren op…
Voor hem die al dees dagen
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.100 Voor hem die al dees dagen, zonder bate
voor zijn verdriet, zijn eigen ik ontvlood,
en langs de huizen liep met kaken rood
van drift en pijn in 't harte bovenmate;
Voor hem die, wankel, in zijn trotse nood
de moed niet vond om 't leven zelf te haten,
die beedlaars tegenkwam langs gore straten
en hun niet gaf hun luttel dagelijks brood…
Het gapen
poëzie
5.0 met 1 stemmen
1.334 De grote beer in 't luchtruim
De late maneschijn
Een juffrouw met een breikous
Een transparant gordijn
Een lang vervlogen reek'ning
Een durend carillon
Een stukgetrapte otter
Een kop gebruikt bouillon
Die geven al te samen
De tandeloze mond
Een hardverscheurend knagen.
De Rijn stroomt teugloos rond.…
Snedig antwoord
poëzie
1.0 met 1 stemmen
1.772 Een jonge knaap zag een boerinnetje, zo fris
Als melk en rozen, op haar blote benen lopen:
‘Meid’, sprak hij, ‘'k zal u een paar and're koussen kopen,
Zodra het paar, dat gij nu draagt, versleten is.’
‘Is 't zeker waar, mijn beste maatje?’
Hernam de flukse tas. ‘Dan dient geen tijd verspild;
Ga dan maar vrij ter markt: want, als je 't weten…
LISBOA
poëzie
4.5 met 2 stemmen
1.190 Een stad van grijswitte gebouwen
En halfvoltooide huizen,
Van ruïnes die spoorloos vergruizen
En zuilen die zichtbaar vergrauwen.
En overal zijn nog de puinen
Van de aardbeving openbaar.
Waarom zou men bergen en ruimen?
Onder de aarde dreigt steeds het gevaar.
Paleizen zijn scheef afgesneden,
Van andre ontbreekt een brok muur.
Lisboa bestaat…
AAN JOHAN.
poëzie
3.7 met 3 stemmen
1.519 Gij ziet geen meisje,
of straks zult gij haar vleien, roemen,—
Dus mocht men u, met recht,
de a a p der juffers noemen!…
Men kàn geen vlammen als een gouden vloed
poëzie
5.0 met 1 stemmen
1.006 Men kàn geen vlammen als een gouden vloed
Uit éen vaas gieten in een andre vaas:
Daarbinnen branden ze en een bevend waas
Gloeit door het hulsel heen met halve gloed.
Open het nooit – het is zo schoon, en ’t moet
Zó schoon zijn, blijvend in die zelfde plaats:
Die vlam zal niemand zien: zij zal, helaas!
Zichzelf verteren, daar haar niemand…
Arcadia
poëzie
3.8 met 5 stemmen
1.001 Langzaam kleedt zij zich uit in het lover,
Rilt verrukt en verlangt een rover,
Denkt aan nimfen en faunen.
Nimfen die zich genotvol over-
Gaven aan faunen, naakt onder lover,
Begrijnsd door oude alraunen.
't Rimpelend water spiegelt haar week:
Met haar voetjes in de ondiepe beek
Voeren de golfjes guerrilla.
Op een steen zit haar…
Encore
poëzie
4.0 met 4 stemmen
1.923 In het midden van mei, als de nachtegaals zingen
En de avondglans huwt aan de morgense schijn
Als de schuchtere geur van de late seringen
Zich mengt met de geur van de vroege jasmijn,
Toen hoorde ik uw lippen de woorden ontglippen:
(Ik was maar een knaap en gij waart nog een kind)
Hoe wrang is de smaak van verwinnende lippen
Zo innig het verlangen…
Voor mijn zuster.
poëzie
5.0 met 3 stemmen
2.397 Als ik op haar peinze, o Jesu,
- en ik peinze op haar gedurig!
op mijn zuster Valentine,
op haar ziekte zo balsturig,
op haar heengaan zo gelaten;
Valentine, o Valentine,
lam dat leed, en niet wou blaten! -
Als ik op haar peinze, o Jesu,
die zó vroed was, zó goed was;
die zó liefhad, U zó liefhad,
ons zó liefhad; ach en zoet was,…
IK BEN DE HAZEL-NOOT
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.035 Ik ben de hazel-noot. - Een bleke, weke made
bewoont mijn kamer, en die blind is, en die knaagt.
Ik ben die van mijn zaad een duisternis verzade.
En 'k word een leêgt', die klaagt noch vraagt.
'k Verlaat me-zelf; 'k lijd aan me-zelven ijle schade.
Ik ben 't aanhoudend maal, in een gesloten kring,
van ene domme, duldeloze, ondankb're made…
DE NAVOND KOMT ZO STIL
poëzie
5.0 met 2 stemmen
2.744 De navond komt zo stil, zo stil
zoo traagzaam aangetreden,
dat geen en weet, wanneer de dag
of waar hij is geleden.
‘t Is avond, stille... en, mij omtrent,
is iets, of iemand, onbekend,
die, zachtjes mij beroerend, zegt:
'‘t Is avond en ‘t is rustens recht.'
De bomen dragen gans de locht
vol groen, nog onbestoven;
en ‘k zie, zo…
Aan F. van Eeden
poëzie
4.3 met 3 stemmen
956 Ik ben gestemd om een sonnet te maken,
Teer-blauw als mij Japanse verzen lijken,
Zo vlak als water, dat geen rimpels strijken
Tot vloeiend matglas, waar zij de' oever raken.
Fijn porselein met verwende smaken,
Bleek-blauwe poppen die zo wijd uitwijken,
En zonder perspectief - de rijken kijken
Bij 't kopen, of de kleine barstjes kraken.…
Ik moet er niet van weten...
poëzie
4.5 met 2 stemmen
1.401 Ik moet er niet van weten, van die zuidse vrouwenzielen,
die, voelend het noodlottig leed hun longeren vernielen,
te midden het ontbladeren van de bomen kneuteren gaan
dat 't jammer is van hen en van hun lief en van de blaân.
Zijt gij het die ik rochelen voel hier rond mijn hert, vernieling?
Zijt gij het? God verplette u, worm die mijner jeugd…