142 resultaten.
De Krekel
poëzie
4.0 met 5 stemmen
5.809 Voor schatten is uw heil
Niet veil,
Door woorden niet te melden;
o Krekel, die, op d'eikenbast,
U met een luttel dauws vergast,
En huppelt door de velden!
Waar gij, op akkers, graan
Ziet staan,
In voren, zaadjes schieten;
Voor u is 't, dat het koren wast;
En wat de boer in schuren tast,
Gij moogt het al genieten.
De noeste boer besteedt…
De kranen
poëzie
3.7 met 7 stemmen
4.042 Over heiden, over venen,
drijvend in de hoge lucht,
Door de avondgloed beschenen,
trekt de wilde kranenvlucht.
Uit het koude Noord verdreven,
reppen ‘t machtig vleuglenpaar,
Wenden zij naar ‘t Zuid de steven,
Zweven over, schaar bij schaar.
Boven sluimerstille heide
waar geen voglenzang meer schalt;
waar het leven langzaam scheidde
en…
DE ZWANE
poëzie
3.9 met 8 stemmen
2.520 Des hemels spiegel, mild en fris,
de lucht in 't ronde lavend,
daar ligt een vijver maagdelik schoon
in stille zomeravond.
En kalm in hare avondlust
bij 't zoet gesching der mane
ligt langzaam drijvend op het meer
de dromerige Zwane.
De dichterlijke vogel mint
het maagdelijke water,
en baadt wellustig, spiegelt, drinkt,
aanhoort het…
De vlieg
poëzie
3.8 met 5 stemmen
2.335 Het brommen van een vlieg is in de kamer.
Ik kan niet werken door dat domme brommen.
'k Sla met mijn waaier, links en rechts, vergeefs.
De Keizer houdt niet van mijn hekeldichten.
Hij heeft soldaten om mij uitgezonden.
De Hemelzoon stoort mijn gezoem de rust.
Ik ben naar deze schuilhoek uitgeweken…
Het speenvarken
poëzie
3.4 met 27 stemmen
4.270 Iemand, die in de verte zijn schreeuwen hoort,
Zegt: "dat is zeker weer een afschuwelijke mensenmoord."
Je moet het horen om het te geloven.
"Gelukkig," zegt Buffon, "zijn de doven."
Want als men maar even op zijn eksteroog treedt,
Dan gilt hij, alsof hij van geen uitscheien weet.
En als men hem van de borst durft tillen,
Dan maakt…
DE VIS
poëzie
3.8 met 22 stemmen
3.420 Ik wierp mijn hengel in het water.
De vis beet, en ik ving de vis.
Ik doodde de vis, ik kookte de vis,
Ik at de vis, de vis at mij.
De vis was giftig, ik moet sterven.
De vis groeit in mij, ik verminder.
Zijn bek bijt en zijn vinnen steken.
Ik ving de vis, de vis ving mij.
-------------------------------------
uit: Ruisende bamboe (1937)…
Kraaien
poëzie
4.5 met 2 stemmen
2.050 Heisa! de kraaien in de winter-takken!
Nog trillert echo van hun schrille snaters:
Wat zitten ze daar stil, die donkre saters,
Die sombre spotters in hun zwarte pakken.
Zie, hoe bedaard die straks nog schelle praters
Lijk kleine klompjes tegen 't luchtgrijs plakken.
Heisa! daar gaan ze weer: de twijgen krakken!
De dag barst open van hun rauwe…
FABEL
poëzie
3.7 met 7 stemmen
3.695 (naar het Spaans van Yriarte)
Ik weet een kleine fabel,
Die ik u zeggen zal:
Ik heb haar eens gelezen,
Gelezen bij geval.
Eens ging door een der beemden
Van ’t zangerig Leeuwendal
Een Ezel zich vermeien,
Vermeien bij geval.
De langoor vond een pijpzak,
Die, bij een schapenstal,
Een herder had vergeten,
Vergeten bij geval.
Daar…
Een paard
poëzie
4.1 met 20 stemmen
3.536 Een Peerd! een Peerd! mijn bochel voor een Peerd!
- Richard III
Een paard,
Naar de aard,
Is er nog eer dan zijn staart;
Hij doet het te voet
Net zo gauw en zo goed
Als een ander te paard het doet,
En je kijkt niet om
Of hij is al weerom.
Met niemendal op zijn rug
Is hij bijzonder vlug,
En met iemand onder de man
Is hij in 't lopen nog…
CAVE CANEM
poëzie
3.4 met 15 stemmen
3.881 Het hondgeblaf verstomme op aarde!
Elk mens, één kind heeft groter waarde
Dan al die „trouwe honden” saam.
Eén dolle hond doet in zijn woeden
Meer kwaad dan duizenden vergoeden
Van edelst ras en schoonste naam.
Maar zonder hond kunt gij niet leven?
Het zij! De vreugd zij u verbleven,
Maar houd haar voor uzelf, geheel!
Uw naasten met uw beest…
't Ontbijt des vogels.
poëzie
3.2 met 6 stemmen
1.954 't Ontbijt des vogels.
‘Vogeltje, met grauwe veer,
Ben-je nu reeds in de weer,
Met uw zoete tong?
Fluitertje, wat zing-je daar
Zo vroegtijdig hups en klaar,
Bij zo menig sprong?
‘Kleine, die zo aardig praat,
En zo stil te luistren staat,
En op alles let,
'k Heb ontbeten, al is 't vroeg;
Daarom zing ik nooit genoeg:
Zang…
MEZEN
poëzie
4.2 met 19 stemmen
6.300 Twintig mezenvoetjes
hippelen in ‘t groen,
zurkelende zoetjes,
zo de mezen doen.
Sprongen, rechte en kromme,
doen ze elkander na,
oppe, nere, en omme,
ga en wederga.
Elk, op elk z'n taksken,
laat z'n tonge gaan;
elk het mezenfrakske, en
‘t meezenmutsken aan.
Voor die ‘t frakske maken,
één duim, of drie…
Elk volgens zijn natuur
poëzie
3.1 met 14 stemmen
3.354 De zwaluw was weergekomen,
En zat met de mus op de goot,
Zij spraken vertrouwelijk te samen,
Verhaalden hun kommer en nood.
De zwaluw vertelde wat angsten
Zij al had uitgestaan,
Wanneer zij, van de andre gescheiden,
Alleen over zee moest gaan.
En hoe zij steeds hoopte en verlangde,
In gene wilde natuur,
Om weer te mogen komen
Naar nestje…
De grote hond en de kleine kat
poëzie
4.3 met 37 stemmen
5.583 Een grote hond en een kleine kat,
Die zaten op de kamermat;
En de hond die zei: Zeg, scheelt jou wat?
Scheer je weg!
En de kat die zei: Jij bent een hond,
En ik een kat, niet zonder grond;
Hou jij dus nou jouw grote mond:
Scheer je weg!
Scheer je weg: waf, waf! Scheer je weg: sis, sis
Scheer je weg: die is raak! Scheer je weg: die 's nie…
De wol en het lam, een fabel (La Fontaine nagevolgd)
poëzie
3.9 met 21 stemmen
6.290 Zeg eens, krullebol, sprak een wolf tot een lam bij een beek:
Waarom sta je daar zo te drinken alsof geen mens er naar keek?
't Wordt hoog tijd, dat ik eens kennis met je maak en wat nader spreek,
En dat zal heel wat anders zijn, dan met rammetjes te vrijen.
Wou jij nu hier het water bederven; dat zal ik niet lijen.
Maar, Mijnheer! sprak het…
De Nachtegaal en de Koekoek
poëzie
3.3 met 12 stemmen
6.022 Nachtegaal en Koekoek streden
Om de zangprijs van het dal.
Hoe gelukkig zal hij wezen,
Die die zangprijs winnen zal!
Koekoek sprak: ik weet een rechter,
Die ons vonnis wijzen kan.
Oren heeft hij om te horen
Groter dan de grote Pan.
De Ezel kwam, men gaat aan ‘t zingen.
Langoor bromt eens in de keel,
Rekt zich uit, en geeuwt en luistert…
Zomermorgen
poëzie
3.4 met 18 stemmen
4.068 rondeel
Aanstonds, toen ik wakker werd,
Scheen de zon mij in de ruiten
En de vogeltjes daarbuiten,
Van nabij en in de vert,
Sloegen, 't bekje opgesperd,
Aan het zingen en het fluiten,
- Aanstonds, toen ik wakker werd -
Dat de englen met hun luiten
Niet zo vrij en onbenerd,
- Als de doden 't oog ontsluiten -
Hunne vreugde kunnen uiten…
Het roodborstje
poëzie
3.6 met 14 stemmen
3.050 Het roodborstje pikt aan het venster, tin! tin!
En zegt: Ach, doe open en laat mij er in;
Doe open, lief meisje, 'k weet anders geen raad,
Zo sneeuwt en zo waait het hierbuiten op straat;
Ik sterf van de koude, toe, laat mij erbinnen.
'k Zal zoet zijn en allerlei grapjes beginnen.
Het meisje deed open en gaf, op haar schoot,
Aan 't roodborstje…
Op gewiekte vissen in Amerika
poëzie
5.0 met 1 stemmen
2.096 Men ziet, daar 't daglicht, hoog gerezen in zijn vlucht,
De kringen brandt en blaakt, neervallen uit de lucht
Oprechte vissen, die, de gulzigheid ontvlogen
Van roofziek zeegedrocht, en, zwakjes van vermogen
Hun blode wieken, als een toevlucht in de nood
Die hun aan 't leven dreigt, gebruikende, in de schoot…
't Herteken
poëzie
3.4 met 21 stemmen
3.585 Hebben ze je weien voor altijd versperd?
Herteken! Herteken!
Docht je maar hongrig om groenigste loten,
tot je in de breeklijke poten geschoten
vangeling werd?
Is je nu 't meien voor altijd versmert?
Herteken! Herteken!
Blijven de groene revieren versloten? --
Donker-oog staart, óverwijd van grote
jammer gesperd.…
Kennis I
poëzie
3.4 met 22 stemmen
3.293 De dieren, onze vreugde- en leed-genoten,
Zijn onze broeders, maar niet, zoals wij,
(Daar zij ons niet beheersen kunnen) vrij;
Hun leven is, als 't onze, uit stof gesproten.
Dit weten wij, maar 't is ons niet ontsloten,
Niet of zij weten van der stof waardij.
Zij denken en herdenken; nochtans, zij
Vermogen…
Zwaar
poëzie
3.2 met 6 stemmen
3.163 Voor een lange voermanswagen,
volgeladen met kareel,
wordt een hooggebouwde hengst gespannen
in zijn sterk gareel.
De oude voerknecht trekt geweldig
met de toom en schreeuwt het uit.
't Kloeke beest spant al zijn spieren,
zet zijn poten achteruit;
en het snokt uit al zijn kracht en
witte schuim komt op zijn mond,
maar de wagen roert niet…
DE NACHTEGALE
poëzie
3.1 met 26 stemmen
5.133 Och Moeder, is dat nu de
nachtegaal,
waarvan gij, moeder, mij zo
menigmaal
verteldet dat hij vóór de
zonne zingt,
en, na de zonne, zoetjes
avondklinkt?
Dat bruin hij is van verwe, en
eiers legt,
in leeggebouwde nesten?
Moeder, zegt,
wanneer hij, vroeg en spade, uit…
Konijntje
poëzie
2.8 met 4 stemmen
2.763 Konijntje kan zijn oortjes stellen,
Konijntje kan zijn oogjes schuinen,
heeft al zeven springgezellen
om te hollen op de duinen.
Langoor, Schuinoog, Huppelbeentje
droomt nu in zijn eentje.
--------------------------------------
uit: Onze baby's (1920)…
De merel
poëzie
3.7 met 6 stemmen
2.536 Hoe zag 'k in 't zinkend avonduur
- Een zwarte stip in bleek azuur -
O merel menigmaal
U zitten op die dode tak,
Die boven 't groen nog opwaarts stak
Zo dun en dor en kaal
En trilde onder uw licht gewicht,
Terwijl ge, 't kopje omhoog gericht,
Maar klaar en kwettrend floot.
Ik hoorde uw zangen peinzend aan
En heb toch heden eerst…
Op natte hondenneus
poëzie
3.3 met 19 stemmen
3.272 Waarom is een hond
Toch zo gezond? -
Die er niet op gevat is,
Zegt: 'Omdat zijn neus zo nat is.'
Doch iemand die logica leert,
Zegt terstond: ''t is juist omgekeerd.'…
De poes springt met haar stille sprong
poëzie
3.3 met 9 stemmen
2.132 De poes springt met haar stille sprong
En nestelt zich weer op mijn schoot,
Zij lijkt, een rasp gelijkt haat tong,
Ons beider gein is even groot.
Haar vacht is zacht gelijk fluweel,
Haar ogen glanzen in het donker,
En als zij spint, stijgt uit haar keel
Een vreemd gerucht, als van een ronker.
Zij spint de muzikale draden
Van een geheim,…
VLERKEN
poëzie
4.0 met 22 stemmen
4.359 Nachtelik vliegen vogels van
de wilde wingerd weg
Schrikbeladen klapperen vlerken
dof
in deemstering
Knakgeluid van takken veelvuldig kort
ontsluieren_ _ _ _ _ vlerken
_ _ _ één ogenblik
niet-herkenbare ruimten
de ruimte is van knakkende
_ _ _ _ vlerken
_ _ _ _ vol
Plotseling zijn…
DE HAAN
poëzie
4.5 met 2 stemmen
3.023 Ziet gij hem op de mesthoop staan
De fiere haan?
Zijn staart, - hij schittert als een vlam;
En rood als bloed, - zo is zijn kam.
De lange sporen
Zijn scherper dan een doren;
Zijne ogen branden in de kop,
Hij zet een krop,
Als wou hij zeggen: "Pas hier op,
Of: klop!"…
De dieren
poëzie
4.0 met 87 stemmen
18.652 De landman gaat, nu de avond is gevallen,
En de arbeid slaapt, voor 't laatst zijn hoeve rond;
Hij keurt het werk der knechts in schuur en stallen,
En als zijn schaduw volgt hem trouw de hond.
Hij toeft bij 't vee, en luistert hoe het ademt;
Rond schoft en horen hangt een warme damp,
Die met een geur van zomer hem bewademt,
En in een…