5287 resultaten.
Leergierig
poëzie
3.3 met 9 stemmen
3.332 Jan, was ik toch als boek geboren, zei Katrijn,
dan kon je dag en nacht met mij bezig zijn
als met je boeken nu. Wel, zei Jan, en lachte,
ik dank je voor de vondst, je hebt heel goê gedachten:
een boek was naar mijn zin, als ìk maar kiezen zou
wèlk boek het wezen mocht. Welk boek dan? zei de vrouw.
Een almanak, sprak Jan, die zou mij 't liefste…
MINISTERKEUZE
poëzie
3.4 met 21 stemmen
6.575 Gij hoeft het in geen boek te lezen,
De ervaring preekt het even goed:
Die ’t wezen KAN en niet WIL wezen,
Dat is de man die ’t wezen MOET.…
Verstoord geluk
poëzie
4.0 met 9 stemmen
2.352 In mijn tuin een sijsje zat,
Dat zo'n aardig nestje had.
't Vleugelde in zijn groengeel pakje
Vrolijk in de bomen rond,
Van het takje op de grond,
Van de grond weer op het takje.
In het nestje zat zijn schat,
Die drie jonge sijsjes had.
Lustig ving met zoet gezing
't Kleine fijne kwinkelding
Al in d'ochtend aan te kwelen…
Bedenking op mijn eigen verjaardag
poëzie
3.1 met 18 stemmen
8.599 Ik heb dan achtentwintig jaren
Geleefd! geleefd? neen; ver van daar:
Die schone tijd is weggevaren:
’k Bewoog mij achtentwintig jaar.
o Levensoorzaak! wat is leven?
Is ’t laag en ijdel tijdsverspil?
Neen; ’t is aan u zich overgeven;
’t Is wandlen naar uw wijze wil.
Dan, ach! mijne uren zijn verloren!
Die dierbre gift onnut verdaan!
Help! God…
Music-Hall 4
poëzie
3.2 met 12 stemmen
3.728 O, m'n Music-Hall wieg m'op uw geluiden,
Dat ik weer eens de ware wereld buiten
Treed; dat ik weer eens wone
In illuzie's hogere regionen.
Dommel nu m'n eenzaam wezen heen
In de ziel die één, hier alleen
Kan leven; door haar éénheid
De kompleetste innigheid.
Dobber, dommel, deint
In die éénheid, ziele mijn,
Flikker, schitter, schijnt…
Op ons weeshuis
poëzie
3.8 met 13 stemmen
5.436 Hier treurt het weeskind met geduld,
Dat arm is, zonder zijne schuld,
En in zijn armoe moet vergaan,
Indien gij 't weigert bij te staan.
Zo gij gezegend zijt van God,
Vertroost ons met uw overschot.…
Psalm 30
poëzie
4.1 met 19 stemmen
21.745 1.
Een Psalm Dauids, (welck is) een Liedt der wyinghe des huys Dauids.
2.
Ick wil met lofsang wel bequaem
O Godt verheffen dynen naem.
Want du my nae mijn toeversicht
Om hoogh' hebst weder opghericht,
End' hebst doch geenssins willen lyden,
Dat sick mijn vyant soud' verblyden.
3.
O Heer mijn Godt ick riep tot dy
End' mijn ghesontheyt…
't Laatste
poëzie
3.5 met 8 stemmen
4.470 Aan de onbekende lezer
Hoe zoet is 't om te peinzen dat,
terwijl ik rust misschien,
Een ander, ver van hier, mij on-
bekend en nooit gezien,
U lezen kan mijn dichten, mijn
geliefde, en niet en weet
Van al de droeve fouten van
uw vader de poëet!
Hoe blij en is 't gedacht niet, als
ik neerzitte ende peis,
U volgend waar gij loopt op uw…
De voortekenen
poëzie
2.6 met 8 stemmen
2.734 Witte ijsvogels wiegen
Zich op zee en twijgen dichtbij.
Zij wijst ze en roept ze met helle
Bekoringsstem: "Zij voorspellen
Geluk!"
Maar ik zie verder: van het bergenjuk
Komt een donkere stip neersnellen,
Een zwarte vogel voegt zich er bij.…
DE SCHILDER
poëzie
3.0 met 4 stemmen
1.993 De Kunst stelt ons een Schijn te voren,
Hoe 't in het wezen staat beschoren,
Gelijk de grote Schilderij,
Van 't Al der zienelijke dingen,
Die door de wijsheid stand ontvingen,
Vertoont wat in de Oorsprong zij.…
TAAL
poëzie
2.9 met 10 stemmen
4.497 Buiten mijn moedertaal
en die der nachtegalen
wist ik naar diepe zin
geen klare talen
en vaak heb ik bedroefd
naar ’t wonderboek gekeken
waarin geschreven stond
wat andere landen spreken.
Toen deed de stad van leed
voor mij haar poorten open;
ze leerde mij ‘t geheim
van wanhoop en van hopen;
daar hing te spreken veel
aan ogen en aan…
Avondgeluiden
poëzie
4.4 met 24 stemmen
4.071 Er moeten witte hoeven achter de zoom staan
van de blauwe velden langs de maan
's avonds hoort gij aan de verre steenwegen
paardehoeven
dan hoort gij alles stille waan
van verre maanfonteinen zijpelt plots water
- gij hoort plots het zijpelen
van avondlik water -
de paarden drinken haastig
en hinniken
dan hoort men weer hun draven stalwaarts…
Vieren, vieren!
poëzie
3.7 met 14 stemmen
3.760 Vieren, vieren! . . . achteruit! . . .
Zal uw vlieger stijgen kunnen
Moet ge hem de strengen gunnen,
Of de kans die is verbruid:
Geef uw vlieger vrije lucht,
Geef hem ruimte voor zijn vlucht.
Lopen, lopen, wat je kan!
Als uw vlieger neer wil dalen
Moet ge hem weer op gaan halen,
Met een strakker, straffer span:
Zonder moeite…
Spleen pour rire
poëzie
3.8 met 4 stemmen
3.100 Sophie-Fritz Stuckenberg zu eigen
Het meisje dat te Pampelune geboren tans te Honoloeloe woont
en in een rode lakkooi gevangen houdt
een kobaltblauwe papegaai
- zij schilderde hem met Ripolinkoeleuren
zoals gezeid de veren blauw
de snavel en de poten geel -
het meisje van Pampelune te Honoloeloe
dat om haar hoge hals heeft een krans van purperen…
Moritura te salutat
poëzie
4.1 met 13 stemmen
5.861 Dit zijn Uwe wegen,
Ook de mijne? 'k weet het niet, mijn God,
Al mijn wensen en begeerten zwegen.
Toen Gij tot mij spraakt, ik sprak niet tegen,
Ik aanvaardde Uw gebod.
Of mijn hart dit wilde?
'k Heb niet naar het schreien van mijn hart gevraagd.
Toen Uw glimlach mijne ziel doortrilde
En mijn glimlach gloren deed, verstilde
't Al in…
Schoolmeesters
poëzie
4.1 met 24 stemmen
4.127 Hij die, - uit vrije keus - ,
En in zijn achter kamer,
Met hoofdpijn als een hamer,
En volgestopte neus,
Met klemming op zijn water,
En lusten als een kater,
En met een stijve nek,
En vijf gebroken ruiten,
En deuren, die niet sluiten,
En 't Pootje* in zijn kuiten,
Er uitziet als een gek;
Is min nog te beklagen
Dan hij, die drie paar dagen…
Sonnet
poëzie
3.3 met 7 stemmen
2.325 Nog blozen mijn wangen en gloeien mijn ogen
En zweeft om mijn lippen de vrolijke lach.
Toch zijn me een voor een alle dromen ontvlogen
En weg is de hoop op een betere dag.
Nog steek ik het hoofd ongedeerd in den hoge
En scherts ik en juich ik bij vriendengelag.
En toch zag ik iedre verwachting bedrogen,
Met ieder geloof dat in ‘t binnenst mij…
AAN MIJN HEDEN ELFJARIG DOCHTERTJE
poëzie
3.6 met 10 stemmen
4.513 Rebecca, dierbaar kind! ontvang bij uw verjaren
uws Vaders zegening op 't kinderlijke hoofd.
En moog zich aan die bede eens Heilands deernis paren;
hoe wordt dan ook voor u Zijn naam eens hoog geloofd!
Uw elfde jaar vervloog. Een nieuw is ingetreden!
Wat toeft ge? doe de keus, twaalfjarig maagdelijn!
Zij word' niet uitgesteld, maar uitgebracht…
Het dodeneiland
poëzie
3.2 met 11 stemmen
3.047 Geen ankerplaats, geen monding van een beek.
De sloep bleef steken in een modderkreek.
De bossen dorren, leven op vergane
Uit eigen vroeger loof gevallen blaren.
Hun takken storten afgestorven bomen
In beddingen van uitgedroogde stromen,
Waar de oevers uit gebleekte beendren steken,
Die bij een windvlaag (of bij 't langsgaan) breken.…
Volharding
poëzie
3.8 met 5 stemmen
3.339 [Romeinen 8:35 en 38-39]
Noch ‘t brullen der ontmensede tyrannen,
Noch zwoege dorst, noch snaken naar het brood,
Noch lichte vlam, noch zwaard van bloede rood,
Noch scherpe bank, noch ketenen gespannen,
Noch goedverlies, noch knevelen of bannen,
Noch hoge macht, noch diepe waternood
Noch tijdsbeloop in leven of in dood
Noch wan-geloof…
De Zaterdag Avond
poëzie
3.0 met 23 stemmen
7.348 De koelte van de avond
Verspreidt zich over 't dal;
De koeien keren loeiend
Terug weer naar de stal.
De krekel ronkt in 't lover,
De rietmus zingt niet meer;
De leeuwrik daalt in 't koren
Weer op zijn nestje neer.
De velden in het ronde
Zijn duister reeds omhuld;
En lichte wolkjes zweven
In 't Westen nog verguld.
De spade op…
Kunt Gij nog wreder slaan!
poëzie
3.5 met 8 stemmen
3.149 Kunt Gij nog wreder slaan! - mijn God! mijn God!
Zie, ik ben sterk en breken zal ik niet,
Maar was er één die Gij zó lijden liet,
Wijl hij U lief had, boven zielsgenot?
En nóg zal ik niet vloeken 't mensbestaan,
En 't Leven niet, en Uwe naam niet smaden,
Zelfs met dít mateloze Leed beladen,
Neem ik het Leven uit Uw handen aan.…
Als 't kindje komen zal
poëzie
3.2 met 4 stemmen
2.083 Loom laat zij vallen 't hemdje vlinderlicht -
En dromig ziet ze, aan morgenblauwe trans,
Met wapperlokken zweven rond een krans
Van engelkopjes, blond en blank, belicht
Door lente-zon, in slepende cadans.
Op wie zal 't kindje lijken? - En 't gezicht
Houdt, blij en vroom, ze op 't wolkenspel gericht,
Waar hemelkindren dansen hemeldans.…
TOPZIEKE RUPS
poëzie
3.8 met 13 stemmen
2.429 Topzieke rups, in 't stijgen
Van blad tot blad, van steel op stam,
Denkt ge eindlijk te verkrijgen
Het veld van blauw, de witte vlam?
Te hoog! Ge kunt niet keren!
Hangende aan hoogste top,
Geeft ge, in een verdwaasd begeren,
Nog eens u op.…
Brief aan grootmoe
poëzie
2.2 met 4 stemmen
2.466 Liefste Grootmoe! 'k Zal eris
Gauw een briefje U schrijven.
Wij zijn nog gezond en fris
Allen met ons vijven.
Grootmoe, 'k heb zo leuk gedroomd
Van een spierwit bokje;
't Stond getuigd en opgetoomd
In ons kolenhokje.
Ook een wagentje voor twee
Stond er zo bezijden.
Vindt U 't ook niet heerlijk hé,
Met een bok te rijden?
o Ja, Grootmoe…
GEBED TE WAALWIJK
poëzie
3.4 met 14 stemmen
3.489 O Christus met Uw zacht gelaat,
Maria, die daarneven staat,
Wil U tot ons bezinnen.
Gij, die de hemel overziet,
Van daar uw milde ogen biedt,
Zie onze wereld binnen;
Verhef Uw eens gehoorde stem,
En Uwe hand, en ga tot hem,
De meester in de zalen,
Die over onze dagen wikt,
Die over onze nacht beschikt,
Van Wie wij arbeid halen.
Zeg hem…
De ruiter
poëzie
3.4 met 25 stemmen
3.083 Een Ruiter is een mens te paard,
Omtrent drie voet hoger dan een mens op aard,
En die zich somtijds vasthoudt aan de manen en somtijds aan de staart.…
Het Italiaans
poëzie
3.2 met 14 stemmen
5.678 U minne ik teer, o taal van lust en weelde,
Die 't stug Latijn in dartele ontucht teelde;
Die als de kus op malse lippen smelt,
En 't hart doorstroomt met liefdes algeweld.
Uw woorden zijn uit zacht satijn geweven,
In toontjes die op donzen vlerkjes zweven;
Uw letters, zoet als Zefirs ademzucht;
En heel uw spraak, één lieve lentelucht.
Maar…
De reuzenketel
poëzie
3.7 met 11 stemmen
2.224 ‘Ja, wat men toch al vreemde dingen
in Frankrijk heeft,’ zei stuurman Jaap,
‘Zo zag ik daar eens op een akker
een raap, een echte reuzenraap.
Ze was zo groot als… dat huisje,
ik kon er heus niet óver zien,
en om ze van het land te halen,
gebruikte men een man of tien.’
-‘Wel, wel!’ sprak Teunis.’ Nu, ik reisde
in Duitsland, voor mijn ambacht…
Het lijsternest
poëzie
2.8 met 8 stemmen
2.161 Een lijsternest, onder mijn dak,
Had zich tot een gezin ontwikkeld.
De moeder, geel en bruin gespikkeld,
De vader in zijn effen pak
Vloog af en aan, dat het de jeugd aan niets ontbrak.
Maar toen de morgen was gekomen,
Dat hun de ruimte daar te nauw
Werd, en zij naar het verre blauw
Des hemels hebben koers genomen,
Vond elk zijn richting, vliegensvlug…