160 resultaten.
Aan twee lieve kleine jongens (1779)
poëzie
3.1 met 25 stemmen
5.441 Ziedaar, lieve wichtjes!
Een bundel gedichtjes,
Vermaak u er mee!
En spring naar uw woning;
Maar... eerst ter beloning
Een kusje of twee.
Door liefde gedrongen
Heb ik ze gezongen,
En wilt gij er meer,
Gij moogt er om vragen.
Wanneer ze u behagen
Komt huppelend weer.…
Vogels
poëzie
3.8 met 39 stemmen
5.162 Zij gunnen mij gaarne 't geheim hunner tale,
De roodborst zijn snoeren van bloedkoralen,
De merel heur zang als betinkte bokalen,
En vinken hun klink-slag op eedle metalen.
De duif doet de zoetheid van 't troostende kirren
Zacht druipen om voorhoofd en lippen als mirre,
De nachtegaal roert door haar smachten tot tranen,
En hel schalt…
Aan een te zedige Schrijver
poëzie
3.6 met 5 stemmen
2.485 Waarom uw Boek aan 't licht onttogen?
't Verschijn' gerust, al is 't niet groot:
Wordt Eikenschors bij 't pond gewogen,
Men weegt Kaneel bij 't Lood.…
Reciteren
poëzie
3.3 met 15 stemmen
4.312 Laat schone verzen glad van effen lippen vloeien,
Maar gil, noch galm, noch kwaak, noch bulder woest en luid;
Weerhoud uw arm en hand van haamren, zwaaien, roeien;
De molenwiekerij drukt geen verrukking uit.
Des dichters hartstocht, stijge als opgezette baren,
Hij zij een storm, een stroom, die alles met zich voert:
Gij, blijf uw kalmte, uw kracht…
Herman Gorter
poëzie
3.7 met 36 stemmen
5.814 Hij was van vuur.
een golf, een vlam,
een stromend stuk natuur,
blinkend als water in de zomerdag.
nooit, sinds ik hem zag,
zag ik nog een man
wiens wezen zo bezielend overkwam
tot in zijn blik, zijn praten en zijn gang.
een rechte beuk, ook toen zijn einde kwam.
de bliksem sloeg
en van de bergen dreunde het naar zee,
met echo's naar de…
INTERMEZZO
poëzie
3.5 met 17 stemmen
4.310 Stem te zijn en anders niet,
maar zo meeslepend te zingen,
dat elk hart het wonder ziet
achter mensen, achter dingen;
te schikken en anders niet
woorden in zulk een verband
dat het onontkoombaar lied
-wapen in een man's hand-
hen ruggelings overmant,
neervelt en boeit in zijn band...
stem te zijn en anders niet.…
Maatschappij van onderlinge verzekering tegen roemloosheid
poëzie
3.7 met 10 stemmen
3.409 Heeft een der leden van de club
Zijn letterkundig ei gegeven,
Dan wordt door ’t kakelen van de rest
Op schelle toon zijn lof verheven;
En, legt nu elk om beurt een ei,
En kakelen beurt’lings al de vrinden,
Dan is - dat voelt ge - in heel de club
Geen enkel roemloos lid te vinden.…
DICHTEN IS GEEN KUNSTE
poëzie
3.6 met 25 stemmen
4.107 Dichten is geen kunste
kom,
geen kunste
dichten is een gunste
Gods
een gunste!…
Als koel in 't groen baden mijn brandende ogen
poëzie
3.6 met 21 stemmen
2.138 Als koel in 't groen baden mijn brandende ogen,
En, stadsgevang'nen, wijd zwerven door 't ruim,
Komt vlokkend op de wind, als gorig schuim
Uit een riool, het stadslawaai gevlogen;
Twee wolken stuiven aan, ineen gezogen
Door stinkende auto die, rollende fluim,
Op 't stof, dat wegbolt, in kwaadaard'ge luim
De stad, immense zieke, heeft uitgespogen…
Een grote dichter word ik nimmer
poëzie
3.7 met 9 stemmen
3.287 Een grote dichter word ik nimmer,
‘k Gevoele dit maar al te wel;
Want zing ik, ‘t geldt mijn dorpje immer
En ‘t een of ander beuzelspel.
Ginds zie ik gras en biezen groenen
Langs ‘t vlietje slechts in ‘t dorp gekend,
Daar loop ik in mijn kinderschoenen,
En ‘t dorpje schijnt me zonder end.
Ik hoef daar naar geen lied te zoeken,
Daar klinken…
ZANGDRIFT
poëzie
3.4 met 11 stemmen
5.100 Hoe woelt de poëzij
In mij,
En haakt aan ’t licht te komen;
Als in ’t gebergte een volle bron,
Begerig naar de glans der zon,
Begerig uit te stromen!
Hoe voel ik mij omringd,
Omkringd,
Door beelden, geesten, schimmen
Van schoonheid, liefde, waarheld, kracht,
Me omzwevende in een halve nacht,
Waaruit een dag wil klimmen!
Hoe ruist mij…
DE DICHTER
poëzie
3.5 met 8 stemmen
2.411 Mijn hand, der spâ verzwaard, heeft 't winter-zwijn gekeeld;
de toeë stal geurt zoel en zerp van zwoele vachten;
geschuurd de lome last der laatste zomer-vrachten,
rust thans mijn naarstig hoofd ter moede vinger-eelt.
Geen nijvre zorge meer die zweeg, of zwoegde, of lachte;
geen kommer die mijn dage' in hope of deemoed deelt:
het duister-wijs…
In memoriam J.H. Leopold
poëzie
3.4 met 11 stemmen
4.798 Hoezeer in zich besloten, van elke schijn ontdaan
is uwe stem tot ons gegaan
zingende en voor góed in ons verloren,
de weinigen, de enkelen uitverkoren
om te bestaan.
Achter de eerste stilte aarzelend begint
het woord, zwevende als de wind
in het herfsten, - o, het vlagen
der verrukkingen, het martelend klagen
om wat eèns werd bemind…
Als gij mij leest, dan moet gij mededichten
poëzie
3.6 met 20 stemmen
3.545 Als gij mij leest, dan moet gij mededichten,
En algeheel in mijn gedicht opgaan,
Het moet gelijken op een zelf-verrichten,
Alsof niet ik, maar gij het had gedaan.
Gij zult tevreden zijn, en ziet het aan,
En blijdschap zal uw dichtend oog verlichten; -
Het is een kleinigheid, een vers te dichten,
Al lezende, is het in u ontstaan.
Ik las het…
Zonder weerklank
poëzie
4.0 met 8 stemmen
3.312 Volk, ik ga zinken als mijn lied niet klinkt;
ik moet verdrogen als gij mij niet drinkt;
verzwelg mij, smeek ik - maar zij drinken niet;
wees mijn klankbodem, maar zij klinken niet.…
VAARWEL
poëzie
3.5 met 6 stemmen
2.247 De wereld in, gij Liedjes en Gedichten
der eerste jeugd, en, vraagt men wie gij zijt
en wat gij, vreemdelingen, doen komt, antwoord,
en zeg met vroede zin, want u ook past
het peilend denken, kinders van gevoel
en scheppende begeestring: "Wij zijn stralen
uit Leven en Natuur geschongen, vonken
die onze dichter uit de keien sloeg
langs zijne…
Kuddedichters
poëzie
2.8 met 8 stemmen
2.150 Poëzie is geen voer voor een kaste
Maar een dronk voor de vrije mens -
Tot de kudde die vastte en die braste
Zich ophief in dwingend gedrens
En de slechte poëten kwamen
Van wie zij schijn voor wezen namen.…
Bekendheid
poëzie
2.6 met 7 stemmen
2.146 Des dichters wereld is zo groot,
Zo klein, zo stil zijn werk; waar zou hijzelf wel wezen?
De wereld ziet en zoekt hem niet:
En kent een rijpe geest zijn lied,
Nog moet hem na zijn dood zijn naaste omgeving lezen.…
Aan iedereen
poëzie
3.6 met 11 stemmen
3.328 Als u het hart tot spreken dringt,
Zo spreek!
Maar wat gij spreekt of preekt of zingt,
Hou’ steek!
Nooit rake uw bol, wat zeng of zied,
Van streek!
Kort, krachtig zij uw toast, uw lied
Uw preek!
Geef nimmer, zonder zin of slot,
Geluid!
En snoer, beleefd maar vrij, de zot
De snuit
Zeg, wat gij meent, waar plicht gebiedt
Recht uit!
De…
De maan glijdt langs de ruiten
poëzie
3.6 met 47 stemmen
6.266 De maan glijdt langs de ruiten
En blikt mij vragend aan.
'Wat moet dat, bleke zanger, -
In uw ooghoek glinstert een traan?'
Zo gij de maan zelf niet waart
'k Zou zeggen: loop naar de maan. -
Wat mij het oog doet glinsteren,
Dat gaat er geen schepsel aan.…
Zo stil moet het zijn
poëzie
3.6 met 11 stemmen
7.293 Zo stil moet het zijn
om de dichter,
dat, als in de schijn,
het duizendvoudig gelichter
der fantasie die in de stilte bloeit,
- het schoon en rein
beeld van de wereld richt er
zich op - hij het hoort in het fijn
ruisen der stilte. Verdichter
heet hij, omdat hij bijeenbrengt en boeit
het gezicht dat hij hoort in zijn oren
en het…
Een dolende gids
poëzie
4.5 met 6 stemmen
3.039 Wat wil die dolle jong'lingtrits,
Zich dwaas'lijk noemend 'Nieuwe Gids'?
Wier schaamt'loze opgeblazenheid
Ons ergert en ten hemel schreit.
Eerst waagden zij het in de bladen
De dichtkunst en Gods naam te smaden!
Geen dichter was zó groot, zó hoog,
Dien niet hun zwadder stout bespoog.
Men riep tot hen: 'Doe zelf eens wat!'
Toen…
Aan alle dichters
poëzie
3.0 met 12 stemmen
2.398 Uw literatuur is literatuur.
Waar is uw Lied, dat beeft van hartebloed?
Het goud wordt gelouterd in louter vuur.
En het Lied in Gods grote gloed.…
'T LAATSTE
poëzie
3.5 met 4 stemmen
2.424 AAN DE ONBEKENDE LEZER
Hoe zoet is 't om te peizen dat,
terwijl ik rust misschien,
een ander, ver van hier, mij on-
bekend en nooit gezien,
u lezen kan, mijn dichten, mijn
geliefde, en niet en weet
van al de droeve falen van
uw vader de Poëet!
Hoe blij en is 't gedacht niet, als
ik neerzitte ende peis,
u volgend waar gij loopt op uw…
Slotzang.
poëzie
4.8 met 4 stemmen
1.470 Aan mijne Mededichters.
Blinkend, schittrend, alverbazend, breekt het vlammend Hemeloog
Door de donkre nevelstromen van den bruinbeschaâuwde boog:
Blaakrend, schroeiend, en verblindend, stijgt hij 't steile renpad op,
Meester van d' ontzetten hemel in zijn hoogstbereikbre top:
En nog, dalend, stort zijn aanschijn bij het blussen van die gloed…
EREZUILEN
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.052 Monumentum aere perennius,
Regalique situ Pyramidum altius.
HORATIUS.
Een eerzuil hechter dan metaal,
En hoger dan de Piramiden
Die aan de wolk haar spitsen bieden;
Die regen, wind, noch zonnestraal,
Noch tijdreeks, ooit omver zal stoten;
Ik gun u die, mijn Kunstgenoten,
Zo goed als kaak of geselpaal.…
Interview
poëzie
4.0 met 1 stemmen
1.413 Een interview? Waartoe? 'k Beeld nu al jaren,
— En 't laatst wel 't meest en nooit zo ongestoord —
In rijm, onrijm, met 't uitgezochtste woord
De stemmingen, die door mij henen varen;
En al de beelden grijp ik bij de haren,
Die 'k kan verpraaien van mijn kapersboord,
En ook begint — onlangs heb ik 't gehoord —
Mijn duistre Stijl, goddank! wat…
Aan F. van Eeden
poëzie
4.3 met 3 stemmen
975 Ik ben gestemd om een sonnet te maken,
Teer-blauw als mij Japanse verzen lijken,
Zo vlak als water, dat geen rimpels strijken
Tot vloeiend matglas, waar zij de' oever raken.
Fijn porselein met verwende smaken,
Bleek-blauwe poppen die zo wijd uitwijken,
En zonder perspectief - de rijken kijken
Bij 't kopen, of de kleine barstjes kraken.…
ZANG.
poëzie
4.7 met 3 stemmen
1.057 Mijn ziele is in mijn zangen,
Mijn zang is mijne ziel:
Mijn lied is 't zoet verlangen,
Dat in mijn harte viel.
Dat groeit daar stil verholen,
En groeit straks wonderhoog,
En rankt in duizend bloemen
Der wereld uit het oog.…
DE DICHTER
poëzie
3.7 met 3 stemmen
935 Toen ik nog daar was, twistten om mijn ziel,
En voerden, met het zwaard gewapend, strijd,
Twee machten, die ik in de handen vie!,
De worm zo noemde ik ze en de oneindigheid.
Maar zie nu naast mijn grafstee opgericht,
Tezaam gebeiteld uit het kuis albast,
En warm besprenkeld door het weemlend licht,
De beide knapen bij hun kus verrast.…