inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1896-1928

poëzie (nr. 110):

Verlangen

Meenge mooie meid heeft door de domme, lange nacht,
naar het naakte bijzijn van de minnaar smartelik getracht,
zij heeft in de grote leegte van haar wit bed, de peluw gekust,
als wilde ze zijn matte hoofd in rust gesust.

Haar hoofd was ongerust te midden van de wilde harengeur,
haar armen grepen, bang begeren, om 't onzekere genot
dat zich niet bieden wou, als een wrang gebod
aan haar verlangen, door de nacht, - 'n weerstandloze deur. -

Haar vingren koesterden de naaktheid van het eigen lijf en rilden;
het eigen lijf dat onvoldaan bleef en vermoeid, onder het geheim
van deze koestering; de nacht, als één levende adem, trilde.

Haar adem ging opgelost in de nachtelike adem,
haar verlangen tot de eindelike slaap gesmacht.
Meenge mooie meid door de zware, zwoele nacht.


6 juni 1916

Ik en de stad(1916)

Schrijver: Paul van Ostaijen
Inzender: GK, 22 feb. 2002


Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

3,5 met 42 stemmen 6.541

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)