31 resultaten.
NACHTEGAAL
poëzie
3.0 met 2 stemmen
1.250 Hoor het verheven roepen in het dagen,
Nu er de nacht nog is, de geur'ge, zoele,
Overal-stille nacht; door 't wellend, zwoele
Gefilomeel, dat donker is als klagen. -
Nu tjuikt het henen over lage hagen,
En slaperige keeltjes komen joelen:
Zo op een meer veel scherpe zeiltjes kroelen
De dag gemoet, de dag met al haar vragen.
O, flonker-vochte…
NACHT
poëzie
3.0 met 2 stemmen
979 In 't wijd gedachteloze ruim der nacht
Ligt er mijn ziel als een te blazen veder,
Die, opgenomen, kwam op de aarde weder
Na 'n winde-vaart gevallen schommel-zacht.
Gelijk met donzen pluizen gans omzwacht,
In molge schaûw ter rust gelaten neder,
Schouwt zij in 't aanzichtloze en volgt het teder
Geadem van 't gekamerte der nacht.
Blosloos…
MIDDEL-EEUW
poëzie
2.5 met 2 stemmen
1.093 Op Mijner Wereld regel-rechte banen
Pronk-volkren trekken op ter Kathedrale
Kaproen, pij, toog; kazuifel, filigrane
Mijter; dorpers-rood, rood van kardinalen.
In val en dreun van canonieke schalen,
Man-basse', in wierook knapen als sopranen;
Naar 't donker dienen boven de missalen
Schreed heer en knecht, met kruis, reliek en vanen
Al boven…
EEN LIEDJE VAN ZEBEDEUS
poëzie
4.0 met 2 stemmen
1.019 Nu komt ze van de bron
En gaat ze door de zon,
Licht, tip-top, roze en ros,
Haar gloênde harendos.
En waar de boomstam staat,
Gegroefd als'n oud gelaat,
Spitst ze haar kin naar boven,
Waar al de lovers stoven.
'k Wou het liep al zo naakt
Wat recht is, welgemaakt,
En wandelde in de zonne...
En de rest in capuchonnen.…
Zacht valt de regen
poëzie
2.3 met 3 stemmen
1.023 Zacht valt de regen uit een hemel zonder pracht...
Die zich stil heeft betrokken met 'n water-zware vracht
Bij het komen van de nacht.
Geen ziet hoe het daalt uit dat duistre wolk-gespan,
Als de tranen stil geschreid van een hoge sterke man,
Die men voelen wel maar zien niet kan.
Langzaam zakt de stad in het duistren van de nacht.
Langzaam…
Sint-Niklaas-versje bij een kalender
poëzie
3.3 met 6 stemmen
1.243 Dat Sint, gemijterd, in scharlaken pak,
Met paard en knecht hoog over daken rijdt,
Geloven alle kindren; zij zijn blijd'
En zoet als hij maar diep tast in de zak.
Maar dat nog 'n oudre dan de Bisschop schrijdt
Over ons hoofd heen, rustloos, nimmer zwak,
Geregeld tredend als 't gerikketak
Van 'n pendule, is voor groten 'n zekerheid.
Die dat gestaag…
Zacht valt de regen
poëzie
2.5 met 4 stemmen
1.071 Zacht valt de regen uit een hemel zonder pracht...
Die zich stil heeft betrokken met 'n water-zware vracht
Bij het komen van de nacht .
Geen ziet hoe het daalt uit dat duistre wolk-gespan,
Als de tranen stil geschreid van een hoge sterke man,
Die men voelen wel maar zien niet kan.
Langzaam zakt de stad in het duistren van de nacht.
Langzaam…
Zwaard-lelies
poëzie
2.9 met 7 stemmen
1.232 In de oude, bekende vertrekken
Zij pronken en stralen en strekken
Hun vuur-prachtig rood;
Zij staan voor de ramen te gloeden
Als van kardinalen de hoeden,
Van machtigen, groot;
En staan in de hoeken te vlammen
Als pluimen in hellem-kammen
En vanen in oorlogs-nood;
En schaatren diep en schreeuwen
De kreet stil die ging door de eeuwen…
Mijn alleroudst verhaal heb ik verzwegen
poëzie
3.7 met 6 stemmen
1.161 Gebeurd verhaal, verhaal van jaren hèr,
Wat zuster deed met mij? Hoe ik als kind,
Jongste van arm gezin, soms, vader blind
Geleidde door het stadje, her en dèr.
Hoe 'k op zijn schouders zat dan, hoog en vèr
Uitkeek, voor hem; voor gracht en stoep gezwind
Waarschuwen moest; en hoe zich vasthield 't kind
Lach-vrezende uit zijn oogjes als gestèr…
De krokusjes
poëzie
3.3 met 9 stemmen
2.570 In sliertjes en slipjes,
Gestreept-groene tipjes,
Gesproten uit velletjes bruin,
Uit stronkjes en blaartjes
En rafele haartjes,
De krokusjes bloeien schuin.
Al de een over de ander
Verrijken ze elkander
En pronken, pralen van zon;
0, dat is wel zeker,
Dat nooit gouden beker
In goudgloed het van hen won.
Uit donker gewemeld,
In straling…
RAAM-LIEDJE
poëzie
3.1 met 7 stemmen
2.191 ’t Tuintafeltje glanst,
De regen er danst,
Fonteint, bedriegertjes, kleen*,
Dan blinkt er een blaas
En breekt met geraas
Licht, in de hemelvloed heen.
Doch diep in de tuin
Hangt alle loof schuin,
Druilt of pruttelt van neen;
Och, de arme bloemen
Verbeuren haar roeme,
En hoorden nooit van geween –
En wat was een roos,
Niet een bolleboos…