inloggen
voeg zelf poëzie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 4345):

Bui

Grimmig snellen rondgerolde wolken,
Eindeloos grote kluwens, aan door 't blauw.
Doodse stilte! Toch, ze naadren gauw,
Scherp weerspiegeld in de molenkolken.

Schelle fonkling van miljoenen dolken;
Dan de donder; en, van regen lauw,
Schudt de wind de hechte molenbouw,
Loeit het rund, dat wegvlucht, ongemolken.

Zuiver, als geslepen edelstenen
In een rand van donker goud gevat,
Spiedt de klaproos door de halmen henen,

Glanst de koornbloem helder na het bad;
En het paard, met glimmend stijve benen,
Scheert de klaver, koel en druipend nat.

Sonnetten (1885)

Schrijver: Jacob Winkler Prins
Inzender: Redactie, 28 mrt. 2015


Geplaatst in de categorie: natuur

4,0 met 4 stemmen 347



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)