inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1829-1861

poëzie (nr. 418):

KINDERLOOS

Arm moedertje is zo allenig,
Arm moedertje is zo bedroefd,
De Vader, Die zij dankte,
Heeft haar zo zwaar beproefd.

Zij staart in ’t verlatene wiegje,
Op ’t speelgoed nog zwervend in ’t rond;
Daar ligt zijn popje; zij kust het
Met bleekbestorven mond.

Haar armen zijn ledig, zo ledig!
Weg, al haar levenslust!
Haar huis is uitgestorven;
Zij heeft noch zorg, noch rust.

'O vrouwe, hadde uw ziele
Nooit moedervreugd gekend, —
Zo waart ge vreemd gebleven
Aan deze lange ellend!'

Zij wringt de witte handen,
Ziet op, en peinst en schreit
En stamelt: 'Neen, ik dank nog:
Mijn rouw is heerlijkheid!'

Laatste der eerste.(1854)

Schrijver: P.A. de Génestet
Inzender: FvR, 17 apr. 2003


Geplaatst in de categorie: overlijden

2,1 met 27 stemmen 1.920

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)