inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1878- 1929

poëzie (nr. 4.561):

De meiskes uit de taveernen

De meiskes uit de taveernen
zij hebben een malse schoot.
Zij zien er de jongens geerne.
Zij baren haar kindren dood.

Zij dragen van vurige zijde
een keurske dat spant en splijt.
We ontwaken aan hare zijde
met de houten mond van de spijt.

De ronde zee waar wij zwalken,
die eindeloos wenkt en geeuwt,
en ons doet van begeren balken,
en ons verre vrouwe verweeûwt:

wij ankren in de taveernen
waar geniepig een rust ons smijt.
Daar wachten ons rood de deernen.
Daar raken wij 't leven kwijt.

Schrijver: Karel van de Woestijne
Inzender: Redactie, 7 juni 2024


Geplaatst in de categorie: erotiek

3.8 met 33 stemmen aantal keer bekeken 3.818

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: