inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 109):

Zij tilt zich overeind (1897)

Zij tilt zich overeind en in
het licht en maakt een stil begin
stil met zich zelve, langs het smalle
lijf liet zij het hemd afvallen,
dat zakt tot in een dunne kring
van plooien, een weinig mijmering
zet zich, zij ziet naar beneden
de blootheid van haar eigen leden,
het vreemde van het nu gebleken
lichaam en de schemerbleke
benen, de voeten uitgespreid
en in hun zachte nederigheid
de tenen, die bijeen gedoken
schuilen, al de onafgebroken
opvolging en het tesaambehoren
der leden alle, die zonder storen
vervloeiende zijn en als te horen
met zacht muziek, die werd geboren
in hunne overgangen. In de rust
van hare lijdelijkheid wordt zij bewust
hoe vreemd, hoe wonderlijk het haar aan-
komt, nu zij zich liet begaan,
alsof dit alles buiten haar was
en zag zij het in een spiegelglas;
is zij dit zelve, is zij er in
en ziet zich zelve, waar is het begin
van dit wat te denken bezig is
aan zich zelve en ongewis
wordt zij hier, haar gedachten zouden
niet verder kunnen, teruggehouden
in deze bedeesdheid, alleen er hing
een voelen van herinnering
van vroeger, alsof het al een keer
zo was, en over het wanneer
denkt zij nog even en dan met kleuren
om haar vreemddoen gaat zij zich beuren
uit haar verzonkenheid en nog is zoet
haar naglimlachen bij wat zij doet
in verder kleden.

Morgen(1897)

Schrijver: J.H. Leopold
Inzender: A.N., 31 jan. 2002


Geplaatst in de categorie: lichaam

2,2 met 31 stemmen 1.609



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)