inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1863-1919

poëzie (nr. 5.246):

Zomer (I)

'T aardoppervlak zie 'k als een schedelhuid:
Zweetstralen, sijp'len stinkende rivieren,
Waarlangs vuil-groenig roos en schimmel tieren;
Gebergten schurft steken er boven uit;

Mens-luizen, in hun nesten meest op buit
Rondkrauw'lend, zie 'k land'lijke blijdschap vieren.
Verpletterd soms, als 't trekken van wat spieren
De rotsen storten doet, schurftkluit na kluit.

De hemel lijkt een broeierige pet,
Aan gele knoop, die doorschijnt, in vervoering
Om 't mooie weer jolig scheef opgezet;

En smullend van de zweetdamp, loom en vet
En week en wit hangen in stille ontroering
De wolkenteken aan de blauwe voering.

Nagelaten Gedichten(1919)

Schrijver: J.A. dèr Mouw
Inzender: Redactie, 12 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: wereld

3,7 met 10 stemmen aantal keer bekeken 996

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)