inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie van Jacobus Bellamy

1757 - 1786

Laatst toegevoegde poëzie (nr. 30):

HET WIJSGERIG ANTWOORD

'k Was, met mijn jonge vrienden,
Eens bij een wijze grijsaard;
Wij spraken, hoe een wijze
De vijand van het leven,
De dood kloekmoedig afwacht. -
Zegt, zei de grijze Wijsgeer,
Zegt brave jongelingen,
Waar zoudt gij 't liefste sterven? -
Ik, zei de jonge Cleon,
Terwijl zijne ogen gloeiden,
Ik zou het liefste sterven
Op 't bloedig veld des oorlogs.
Ik ken geen groter wellust
Dan, voor den Vaderlande,
Den jongste snik te geven! -

De goede grijsaard lachte
En hield het oog op Cato.

Toen sprak de jonge Cato:
Ik zou het liefste sterven
In stilte op mijne kamer,
Omringd van echte Wijzen.
Er is geen groter voorrecht
Dan, dat de ziel eens Wijzen,
In een geruste stilheid,
Dees woelige aarde ontvluchte.

Nu kwam de beurt aan mij ook;
Ik zag, dat aller ogen
Eenstemmiglijk mij vraagden:
Waar zoudt gij 't liefste sterven?
Toen vroeg mijn kloppend hart zich:
Waar zoudt gij 't liefste sterven?
Het aaklig veld des oorlogs...?
De sombre cel der wijzen...?
Neen! hier wil ik niet sterven!
In 't einde zeide ik schielijk:
Ik zou het liefste sterven
In Fillis scheutige armen,
Op Fillis zachte boezem...
Hoe kan men schoner sterven? -

De Wijsgeer sloeg zijn ogen
Op Cleon en op Cato,
En op zijn grote boeken,
En — zuchtte — ja! hij zuchtte!

---------------------------------------------
uit: Gezangen mijner jeugd ((1782)

Schrijver: Jacobus Bellamy
Inzender: Redactie, 2 januari 2026


Geplaatst in de categorie: liefde

4.1 met 28 stemmen aantal keer bekeken 3.640

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: