inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1814 - 1903

poëzie (nr. 5.007):

AFVAL

Wat afvalt van de hoge God,
Moet vallen.
Een zelfde schuld: een zelfde lot
Voor allen.
’t Gezin, ’t geslacht, het volk, de staat,
De kleinen en de groten:
Verlaten wordt wat God verlaat,
Wat God verstoot, verstoten.
Wel hoort men daaglijks stem op stem
Weerklinken:
„Geen nood! wij redden ’t zonder Hem!”
Maar die het zeggen — zinken.

--------------------------------------
uit: Gedichten, deel 4 (1905)

Schrijver: Nicolaas Beets
Inzender: Redactie (H), 26 juni 2025


Geplaatst in de categorie: religie

3.6 met 26 stemmen aantal keer bekeken 7.419

Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Tuitel, 13 jaar geleden
Ik heb dit gedicht in een lijst, met de hoofdletters gedrukt in goudkleur en verder de regels in blauw geschreven.
Ik zou graag hier meer over willen weten!
josiene van eijsden, 20 jaar geleden
Verrassend. Eenheid naar vorm en inhoud, naar klank en zang. Oprecht klinkt het ook.

reageer Geef je reactie op deze inzending: