inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1878- 1929

poëzie (nr. 1.800):

DE DICHTER

Geen zomer-schaâuwe is schoon als 't beeld, in volle teilen,
der welv'ge melk die ront, van roerig licht ommaald.
Mijn schamel huis, waar zoel een geur van peren draalt,
weegt teerder in mijn schroom dan 't hele herfst-verwijlen.

En, waar van 't winter-dak een schone mane daalt,
'n weifelt ijl een hele lente in hare wijle,
o mijn gezóende blik, en moe van eigen-peilen?
- Geen zoen is goed, dan die vergeten zorg verhaalt...

Aldus wie zijn geluk in 't noden van een teken
gelijk een geurig brood meewarig-blij durft breken,
en nut de zuurste zemel-korst in heil'ge waan;

om bij het heil dat weende en 't vreemde leed dat lachte,
en in de hoede van uw deemstren, o Gedachte,
eens, als een schone vraag, glim-lachend heen te gaan.

De Boom-Gaard der Vogelen en der Vruchten (1903 - 1905)

Schrijver: Karel van de Woestijne
Inzender: Redactie, 12 september 2014


Geplaatst in de categorie: literatuur

4.0 met 4 stemmen aantal keer bekeken 921

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: