inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1881-1924

poëzie (nr. 3.846):

Aan ene jonge visser

Rozen zijn niet zo schoon als uwe wangen,
Tulpen niet als uw blote voeten teer,
En in geen ogen las ik immer meer
Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.

Achter ons was de eeuwigheid van de zee,
Boven ons bleekte grijs de eeuwige lucht,
Aan 't eenzaam strand dwaalden alleen wij twee,
Er was geen ander dan het zeegerucht.

Laatste dag samen, ik ging naar mijn Stad.
Gij vaart en vist tevreden, ik dwaal rond
en vind in stad noch stiller landstreek wijk.

Ik ben zó moede, ik heb veel liefgehad.
Vergeef mij veel, vraag niet wat ik weerstond
En bid dat ik nooit voor uw schoon bezwijk.

Verzamelde gedichten; Van Oorschot, 1952

Schrijver: Jacob Israël de Haan
Inzender: Redactie, 8 april 2022


Geplaatst in de categorie: afscheid

3.8 met 23 stemmen aantal keer bekeken 3.802

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: