inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1835-1894

poëzie (nr. 158):

Het geheim

Wij zaten te keuvelen,
Daar klonk van de heuvelen
Een weemoedige triller-
Het was Ludwig Hiller:

De begaafde kunstenaar,
De wreedgeschokte,
Die aan zijn klarinet
Die triller ontlokte.

Nooit sprak er ergens
Zo ver mij bekend,
Dieper weemoed
Uit een blaasinstrument.

Het was waarlijk
Om zich te verbazen,
Zo naar stond die
Man daar te blazen!

Maar neen, verbazen
Dat deden we ons niet;
Want we kenden
De reden van zijn verdriet.

Eén onzer althans,
Die er alles van wist,
Van het vreeslijk geheim
Van de clarinettist!

Nagelaten Snikken

Schrijver: Piet Paaltjens
Inzender: Nelleke, 29 april 2003


Geplaatst in de categorie: verdriet

3.6 met 10 stemmen aantal keer bekeken 8.036

Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Albert Boon, 11 jaar geleden
W.F.Hermans schreef: "Het geniale van HET GEHEIM is niet alleen dat er twee regels in voorkomen die al lang gevleugelde woorden hadden moeten zijn in onze taal: 'Nooit sprak er ergens, zo ver mij bekend, dieper weemoed uit een blaasinstrument.' En 'Het vreselijk geheim van de klarinettist', maar vooral dat het gedicht melding maakt van een geheim en tegelijk zelf zo geheimzinnig is. (Volledige werken 12, p.250).
Albert Boon, 11 jaar geleden
W.F.Hermans schreef: "Het geniale van HET GEHEIM is niet alleen dat er twee regels in voorkomen die al lang gevleugelde woorden hadden moeten zijn in onze taal: 'Nooit sprak er ergens, zo ver mij bekend, dieper weemoed uit een blaasinstrument.' En 'Het vreselijk geheim van de klarinettist', maar vooral dat het gedicht melding maakt van een geheim en tegelijk zelf zo geheimzinnig is. (Volledige werken 12, p.250).

reageer Geef je reactie op deze inzending: