inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1649 - 1712

poëzie (nr. 4.652):

DE LIEFDE BOUWT EEN HEMEL

Nimphje, als ik 'er uw oogjens zo zoet,
Zo lief, zo lodder, vol heldere gloed,
Bekijke, zo vliegt 'er mijn zieltje gebuid
Op wiekjens van zuchjes ten aderen uit.
Dan blijft het hangen als 't bijelijn doet,
Aan kaakjes of lipjes, vol gloeiend bloed,
Of kropje, dat, zacht op en neder geaamd,
Met blankheit de mellik en lelie beschaamt.
Ay zoete Nimphje, wanneer 't eens rust
Op 't mondeke, daar 't zijn vlammetjes blust
In stroompjes van Nectar en zuchtende wind,
Zo ging het na 't hartje, hetgeen het bemint.
Laat 'et daar wonen, en geef uwe mijn,
Zo worden wij Bruigom en Bruidelijn,
En smelten de zieltjes te samen gerust,
En slijten de nachjes en daagjes met lust.
De blijde daagjes met lonkjes en praat,
De nachjes met lekker dat minne verzaad,
Waar voor men niet keuren zou perel noch goud;
Dat 's 't Hemeltje, hier op der aarde gebouwd.

---------------------------------------------------
uit: 'Duytse lier' (1671)

lodder = dartel
gebuid = (door u) ontvreemd
ten aderen uit = uit mijn aderen
bijelijn = bijtje
kropjen = halsje
geaamd = geademd
met blankheit = in blankheid
Nectar = (hier:) speeksel
zo = dan
uwe mijn = u aan mij
verzaad = verzadigt
keuren = verkiezen

Schrijver: Jan Luyken
Inzender: Redactie, 11 september 2024


Geplaatst in de categorie: liefde

3.5 met 19 stemmen aantal keer bekeken 4.842

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: