inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1863-1919

poëzie (nr. 315):

Voor paarsblauwe avondlucht zie 'k uit mijn raam

Voor paarsblauwe avondlucht zie 'k uit mijn raam,
Als ijle veren, in de grond de stelen,
Stil hun gewelfde pluimen, mijn abelen,
Abelen, grac'lijk edel als hun naam,

Die 'k niet kan zeggen, zonder hem te strelen
Met voorzichtige lippen; ja, ik schaam
Me half, dat niet, muzikale Calame,
Mijn taal hem schild'ren kan met klankpenselen.

De ellipsen staan, geärceerd om loodrechte as,
De top gedoezeld, slank voor 't stolpenglas,
Met vegen geel en violet bestreken;

Een smalle rode wolk, rakende lijn,
Ligt stil. 'T lijkt alles kraakfijn porselein,
Zo teer - 'k durf nauw'lijks zien, bang dat 't zal breken.

Brahman deel II, pag. 445(1919)

Schrijver: J.A. dèr Mouw
Inzender: JM, 27 maart 2004


Geplaatst in de categorie: natuur

3.1 met 14 stemmen aantal keer bekeken 1.982

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!

reageer Geef je reactie op deze inzending: