inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1830-1899

poëzie (nr. 4.506):

DE NACHTEGALE

Och Moeder, is dat nu de
nachtegaal,
waarvan gij, moeder, mij zo
menigmaal
verteldet dat hij vóór de
zonne zingt,
en, na de zonne, zoetjes
avondklinkt?
Dat bruin hij is van verwe, en
eiers legt,
in leeggebouwde nesten?
Moeder, zegt,
wanneer hij, vroeg en spade, uit
minnen gaat,
is ‘t waar, dat hem een voze
reuk verraadt?
dat menig malgemutste
speleman
daar schielijk kreeg een... kwade
kele van?
Maar dat hij reuke, lucht noch
lied en geeft,
zo zaan hij eens zijn huis vol
kinders heeft?

-------------------------------------------

uit: Rijmsnoer (Grasmaand) 1897

Schrijver: Guido Gezelle
Inzender: Redactie, 9 maart 2024


Geplaatst in de categorie: dieren

3.1 met 26 stemmen aantal keer bekeken 5.030

Er is 1 reactie op deze inzending:

Arnold, een jaar geleden
Dit gedicht was mij onbekend, maar blijkt toch zo mooi, vertederend, hard. Moeder - kind filosofisch gesprek. G.G. was blijkbaar een mens van de wereld.

reageer Geef je reactie op deze inzending: