inloggen
voeg je poëzie toe

Poëzie

1856 - 1936

poëzie (nr. 475):

Meidag

Hoe nabij,
Hoe als eerst,
Glanst het bosje en straalt de wei,
Schalt de leeuwrik die met zang de lucht beheerst.

Zorgenvol
Liep ik uit,
Eer ik 't wist kwam Lente en zwol
De ogen vol met groen me, de oren vol geluid.

Wie bleef jong?
Wie werd oud?
Lente lachte en MIJN hart zong
De eigen tonen over die ze een knaap vertrouwt.

goden en grenzen(1920)

Schrijver: Albert Verwey
Inzender: adm, 3 mei 2005


Geplaatst in de categorie: natuur

3.2 met 13 stemmen aantal keer bekeken 4.110

Er zijn 2 reacties op deze inzending:

adm, 21 jaar geleden
Iedereen kan zich vergissen, maar het zou al helpen als U de fout dan ook benoemde, want ik weet echt niet waar het verkeerd gegaan is, met dank.
Fred, 21 jaar geleden
Volgens de regels te laat gestorven
Zorgvuldig geschreven
Dit soort knapen moet sneven
Een tikfout heeft dit gedicht bedorven.

reageer Geef je reactie op deze inzending: