inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 2337):

Het borelingske

Zijn tandeloze mond
lacht lieflijk; ongewonnen
zo is het woord hem nog,
en 't weten onbegonnen
van mannelijk verdriet,
van vrouwelijk misbaar:
een kerstekind en is 't,
een borelingske maar.

o Mochte 't, immer voort,
eenparelijk verblijden;
een borelingske zijn,
dat lacht, ten allen tijden,
zo 't nu doet; onbewust,
het muilke rood en rond,
waarom zo lustig lacht
zijn tandeloze mond!

Zijn tandeloze mond
zal, eenmaal, tanden moeten;
't zal woorden spreken; 't zal,
't zoet wichtje, eens, wel ontzoeten;
't zal wakker worden, en,
gewassen, meer als eens,
zijn ogen wassen, naast
de bronnen des geweens.

Laatste verzen (1901)

Schrijver: Guido Gezelle
Inzender: adm, 14 nov. 2008


Geplaatst in de categorie: kinderen

2,2 met 14 stemmen 2.630



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)