inloggen
voeg je poezie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 2882):

Bij een beekje

Terwijl ik staar in ’t spiegelglad
Van ’t zilvren nat,
schud ik mijn hoofd; wie ben ik?
Ja, hoge Hemel: Hoe, wie, wat?
Wat wil, wat weet, wat ken ik?
Zie hoe hij lacht – die dwaas, die guit,
Die lelijkerd in ’t water:
Mijn help! mij–zelve lach ik uit
Met wonderlijk geschater.

O mensenhart, o mensenhart,
Verschrikt, verward,
Vol zonden, dwaasheên, wonden:
Ik gaf mijn zoetste en liefste smart,
Mocht ik mij–zelf doorgronden.
Een lach klinkt uit het golvenbed;
Dat wil zich–zelf begrijpen!
Zoudt ge ook uw beeltnis hier te–met
In de oren willen knijpen?

Schrijver: P.A. de Génestet
Inzender: Redactie, 18 aug. 2010


Geplaatst in de categorie: psychologie

2,8 met 5 stemmen 765



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)