Inloggen
start rijmen vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud
voeg zelf poëzie toe dichtwoordenboek

tabblad: poezie

< vorige | alles | volgende >

poezie (nr. 4454):

Canteclaar

Gekamde koning Canteclaar,
hoe geren zie 'k u komen daar,
gestapt zo edeldrachtig
als Alexander, Attila,
of Karloman zijn wederga;
heel keizerlijk almachtig!

Gij kraait, terwijl ge uw vlerken slaat,
en 't stemgeluid dat henengaat,
uit uwe hals gedreven,
herwekt het slapend mensendom,
het boodschapt hem de dag weerom,
de dag, het licht, en 't leven.

Uw vonkelende oge, uw rode kam,
een laaiend beeld van vier en vlam,
uw zwakke steert, uw sporen,
uwe om end om geglimde borst,
uw strijdbaarheid, uw zegedorst,
uw stem, zo schoon om horen...

wie is er die dat al beschrijft,
die, heel in woord en taal gelijfd,
doet leven u en waken?
Wie is er? Anders geen als gij,
heer Canteclaar, die machtig zij
uw evenbeeld te maken.

Vaart wel dan: ik ontgeef 't mij, en
'k wil weten dat ik verre ben
bij u voortaan ten onderen;
gij hebt, o haan, de prijs behaald,
kraait koning nu, en zegepraalt,
en laat mij zwijgend wonderen!

22/03/1892

De Tijdkrans (Wonnemaand)

Schrijver: Guido Gezelle
Inzender: Redactie, 22-12-2015

infoatgedichten.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: dieren

Zoek naar vergelijkbare inzendingen


Deze inzending is 1452 keer bekeken

5/5 sterren met 3 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)